write.as

The Production of Money

How to Break the Power of Bankers

Auteur: Ann Pettifor
(Een korte interpratieve vertaling tbv een blog met hier en daar een zijpaadje)

Hoofdstuk 1 De macht van het krediet

(The power of credit)

Centrale thema van het boek is, dat de creatie van geld een krachtig instrument is, als dat gedragen wordt door de productie van de samenleving en via het betalen van belastingen. Dus door echt werk. Daarom zou dit krachtig instrument ten dienste moeten staan van deze maatschappij, en niet alleen voor private financiële handelaren. En zeker niet om frauduleuze bedrijven, waarbij veel geld naar de privé-zakken van een klein aantal boeven is gegaan, te redden. Dat trekt namelijk een wissel op de “sustainability”, duurzaamheid van het financiële systeem.

Anderen zeggen dat commerciële banken maar moeten doen wat ze willen, als het geld van de gewone belastingbetaler maar buiten schot blijft. Dit is een wat beperkte visie. Als niet de belastingbetaler opdraait voor de schulden van frauduleurs, maar wanneer hiervoor toch geld gecreëerd wordt, dan is dat op de lange termijn toch zeer schadelijk voor het vertrouwen in het financiële systeem, omdat het geld en het krediet minder wordt gedragen door de reële economie.

Van belang is twee betekenissen van geld te onderscheiden, omdat deze twee betekenissen door elkaar worden gebruikt.

Twee betekenissen van geld

tegenover

Je kunt dat goed zien bij het begrip sparen. Als je goud spaart, dan heb je een hoop goud opgeslagen, en je hebt dan ook verder niets met andere mensen te maken. Als je geld spaart bij een bank, dan heb je een relatie met die bank, en wel de verplichting van de bank om jou het geld terug te betalen, als je dat wil. Het gaat hier dus om een relatie, en om vertrouwen. Dit geld kan net zo lang vermeerderd worden als het vertrouwen dat toelaat.

Hoofdstuk 2 Geld scheppen

(The Creation of Money)

Krediet is de macht om iets te kopen, gebaseerd op vertrouwen. Zonder vertrouwen kun je niets (op krediet) kopen. De rente op krediet moet dan ook aangepast zijn aan maatschappelijke waarden, en niet aan de hebzucht van een paar roofbaronnen. Bovendien is het maatschappelijk erg onwijs, om geld uit te lenen tegen zulke hoge rentes dat het erg moeilijk wordt gemaakt om het geld terug te betalen. Dit maakt dat de persoon die schuld heeft gemaakt, zijn bezit niet ziet groeien en daarmee de rest van de maatschappij kan stimuleren door investeringen of consumptie. Roofbaronnen willen mensen oneindig afhankelijk maken, het verschil met een slavenhouderij is dan niet meer zo groot. Daarom moet het financiële monetaire systeem goed gebalanceerd beheerd worden, zodat de rentes niet te hoog zijn, dat er genoeg activiteiten gestimuleerd worden, maar ook dat deze economie het financiële volume kan blijven dekken, en dat er daardoor ook vertrouwen blijft bestaan in het systeem. Het verleden heeft geleerd dat dit niet automatisch door marktwerking gebeurd. Marktwerking resulteert in meer ongelijkheid.

In het algemeen moet er een balans zijn tussen spaartegoeden en schulden in een economie. Als er teveel schulden zijn, dan kan het zijn dat individuen niet meer in staat zijn de schulden terug te betalen. Dit moet zo veel mogelijk worden vermeden. Bij het uitlenen van geld moet daarom gekeken worden of dit geld ingezet word voor het creëren van meerwaarde. Voor nieuwe dingen en voor nieuwe banen. Het is dus niet de vraag of de schulden gedekt zijn door spaartegoeden, maar of het nieuwe geld later terugbetaald kan worden, omdat er goederen en banen mee worden geschapen. Uitlenen ten behoeve van speculatie zou zo veel mogelijk moeten worden tegengegaan. Als er weinig schuld is, dan is er minder geld in de circulatie en daarom zijn er ook weinig spaartegoeden. Dit heeft een effect op de prijzen, die gaan omlaag, en daardoor wordt er weer minder verdiend, waardoor dan weer ontslagen vallen. Dit is te voorkomen door regeringen, wanneer zij meer geld creëren en uitlenen aan projecten die duurzaam banen en goederen produceren, waarmee deze lening weer kan worden terugbetaald.

Het verschil tussen een modern monetair systeem en een oud, is dat in een modern monetair systeem het niet nodig is om eerst te sparen, voordat je investeert om iets nieuws te beginnen. Je kunt naar de bank gaan, en als het nodig is, dan krijg je nieuw geld, gewoon gemaakt uit het niets. Er is daarvoor nieuw geld gecreëerd. Dit in tegenstelling tot de werking in een oud monetair systeem. Dit nieuw geld maken, is een grote verworvenheid, en is gebaseerd op vertrouwen. Als de bank denkt dat je het niet kunt terugbetalen, zul je het geld ook niet krijgen. Voor deze controle zijn de commerciële banken goed uitgerust.

Keynes’s famous question, ‘Why then … if banks can create credit, should they refuse any reasonable request for it? And why should they charge a fee for what costs them little or nothing?

(John Maynard Keynes, The Collected Writings, A Treatise on Money: The Pure Theory of Money, Vol. 5, Cambridge: Cambridge University Press, 2012 (1930).)

Commerciële banken geven ook cash, maar dit moeten ze aan de cenrale bank melden en aanvragen.

Commerciële banken geven krediet (uit het niets), maar kunnen dat alleen als ze een vraag van iemand krijgen uit de economische wereld. Dit is dus een bottom-up proces. De groei van de economie is daarom ook afhankelijk van deze lening-aanvragers. En dan is het vertrouwen in de economie van deze aanvragers bepalend of de economie gaat groeien of niet.

Als er heel veel mensen tegelijk hun deposit willen hebben (bankrun), dan moet de commerciële bank dit kunnen terugbetalen. In een normale situatie (zonder run) heeft de bank genoeg reserves voor deze interbancaire transacties. Voor iedere deposit moet er een deel gereserveerd worden bij de centrale bank (Federal Reserve, of Bank of Japan bijvoorbeeld). Dat is ook de centrale taak van deze banken.

Dit wist ik niet:

Tot voor kort was het banken verboden hun spaar- en leendiensten te vermengen met speculatieve activiteiten. Sinds 1999 echter wel, en op dit moment, na het financiële debacle van 2007, nog steeds, terwijl de banken nog steeds niet genoeg buffers hebben om het uitstaande geld te kunnen garanderen.

Until recently, commercial banks were prohibited from mixing their lending and deposit (commercial banking) arms with their more speculative investment arms. Then in 1999, President Clinton repealed the US Glass–Steagall Act (1933), on the advice of prominent economists like Professor Larry Summers and Treasury Secretary Robert Rubin. Other finance ministers and central bankers around the world soon followed President Clinton’s example.

en nu:

Despite massive bailouts by taxpayer-backed central banks, it is my contention that, even as I write in 2016, global banks are still effectively insolvent. Government guarantees, cheap finance and quantitative easing, coupled with the manipulation of balance sheets, are all that appear to stand between today’s ‘too big to fail’ banks and insolvency.

Er zijn dan mensen die pleiten voor een bank waar je je geld veilig kan opbergen, zonder dat die bank daar commerciële of speculatieve dingen mee gaat doen. Nu is het zo, dat, als je een bank begint, je moet verklaren dat je dat juist wel doet. Een citaat buiten het boek van bankoprichter Niknam van de bunq-bank:

‘Als bunq wilden wij niet gokken met het spaargeld van onze klanten, maar dat mag niet van dnb. Om een bank te zijn ben je verplicht om “risicodragend vermogen” te hebben. Je wordt dus verplicht risico’s te nemen met het spaargeld van je klanten – dat is toch gek!’

Inflatie en deflatie
Als leners te enthousiast zijn en meer lenen dan de reële economie kan dragen, de geldhoeveelheid wordt te groot (“too much money chasing too few goods and services”) dan gaan de prijzen omhoog, inflatie, terwijl de echte bezittingen, bijvoorbeeld pensioenen, in waarde dalen. Daarom is het leencriterium voor hypotheken stricter geworden. Te weinig vertrouwen, dus geen geld lenen voor economische activiteit, maakt dat de geldhoeveelheid kleiner wordt, en de inflatie minder groot is, of zorgt zelfs voor deflatie, dat de prijzen voor producten omlaag gaan. Inflatie en deflatie zijn gevaarlijk, als ze uit de hand lopen. Daarom moet controle bij centrale bankiers en ministers van financiën liggen.

Central bankers also have different mandates. Some use their mandates to prioritise the interests of the private banking sector; the European Central Bank (ECB) is the most prominent in this regard. Others, like the Bank of England, support both the private banking sector, but also the government’s economic objectives.

Definitie
quantitative easing

QE is the process whereby central banks purchase government debt or bonds from capital markets and place the bonds on their balance sheets. This cuts the number of bonds on the market, and because there is demand for ‘safe’ government bonds, the ‘price’ of these bonds rises, while simultaneously the ‘yield’ – comparable to the rate of interest – falls. This action helps bring down interest rates on government debt, but also on interest rates across the spectrum of lending.

Grote bedrijven lenen geld, maar het zicht op waarvoor om een controle te doen, is er niet, omdat ze met geld kunnen schuiven over de grenzen heen. Zo is er geen garantie dat van deze leningen ooit iets terugkomt. In wezen zijn democratieën en belastingbetalers gegijzeld door internationale bedrijven.

In het “Bretton Woods” tijdperk, na de oorlog tot 1970 ging het allemaal wel een tijdje goed, omdat het bankwezen ten dienste werd gesteld aan de economie en samenleving en niet andersom.

Hoofdstuk 3 De prijs van geld

(The price of money)

Omdat geld altijd bijgemaakt kan worden, moet de rente van het geld bij een lening altijd laag zijn. Er is geen schaarste. Het loskomen van de roofbaronnen, een paar eeuwen geleden, is een grote stap voorwaarts, en stimuleert nieuwe activiteiten, omdat er geen hoge woekerrentes meer gevraagd worden.

De oude religies waren tegen het vragen van hoge rentes. Katholicisme, Islam, en Jodendom. Calvijn vond de rente wel weer goed, en met zijn komst naar Geneve, kwamen er daar veel banken. Helaas wordt woekerrente weer geaccepteerd in onze moderne tijd.

Rente op rente is een wiskundig gegeven, en groeit exponentieel. De grondstoffen en arbeid om schulden terug te betalen zijn echter eindig. Deze rentedruk geeft een druk op arbeid en op de grondstoffen van de aarde. Mensen en aarde worden uitgebuit.

(Ik vraag me af of er zo vaak geleend wordt, dat niet meteen terugbetaald kan worden. Want dat is de veronderstelling achter rente op rente, en wat het exponentieel maakt.)

Uitlenen criterium, een tegenstelling. – om zoveel mogelijk rente binnen te halen (easy money) – vrije financiële markt – of kijken of het goed is voor de maatschappij en ook terugbetaald kan worden. – gereguleerde financiële markt.

Easy credit <–> tight credit
Cheap credit <–> dear credit

Beste is cheap tight credit, volgens Keynes.

Je zag voor de 2007 crisis vanaf 2000 inderdaad een flinke groei in rente. Dat werd dus easy maar dear credit. Teveel uitgeleend tegen te hoge rente, en dat ging mis toen men de dingen niet meer kon terugbetalen.

Men raakte verslaafd aan de gemakkelijke inkomsten door deze hoge rente, zonder er iets voor te hoeven doen. Goldman Sachs vroeg aan hun agenten om steeds meer van deze kredieten af te sluiten. Deze gebundelde kredieten en hypotheken werden weer doorverkocht. Dit zijn Collaterised Debt Obligations CDO. Deze konden dan ook weer dienen als onderpand voor leningen tussen bankiers. Totdat uiteindelijk bleek dat de leningen niet terugbetaald konden worden...

(sub-prime debts zijn leningen aan kwetsbare arme mensen, die veel moeite hebben de lening terug te betalen)

Dus deze leningen waren niet bedoeld voor goede economische activiteiten en groei, maar voor consumptieve hypotheken. De balans tussen geldhoeveelheid en economie is daarmee verstoord. Dit was steeds minder zichtbaar door de ingewikkelde financiële producten die gebaseerd waren op deze sub-prime debts.

Men zegt dat de rente laag is, maar in werkelijkheid is alleen de rente die de centrale bank rekent aan de commerciële banken laag. Nu nog steeds wordt er veel meer rente gevraagd door de commerciële banken. Er is ook weinig onderlinge concurrentie. (Oligopolie)

Schandaal LIBOR (rente centrale bank engeland), werd bepaald door onderlinge afspraken, om zoveel mogelijk geld te verdienen. Dus deze rente werd niet door de markt bepaald. De LIBOR was de basis voor de berekening van veel andere financiële leningen. Dus dat onderlinge fixen had grote gevolgen.

Keynes was lang bekend, en populair, maar na de tweede wereldoorlog werd door de bankiers, die hun belangen bedreigd zagen, een soort coup gepleegd, door economen, vooral op de London School of Economics, te beïnvloeden, en te zeggen dat Keynes maar alleen belastingen wilde en veel te veel wilde uitgeven, terwijl Keynes er juist op is gebrand de balans in evenwicht te houden, door financieel beheer.

In plaats van meer geld uitgeven om de private sector te steunen, werkgelegenheid en lonen te stimuleren, werd er bezuinigd. Er werd minder door regeringen geleend, en de uitgifte van bonds verminderde. Centrale banken gingen quantitative easing toepassen. (bonds opkopen in de markt, en die op hun balans zetten). Daardoor ontstond een tekort aan veilige assets, onderpanden om in te beleggen. De prijzen daarvan stegen. En het nut (winst) ervan daalde. Er werd gezocht naar andere manieren om te beleggen, en daarom werd er in vastgoed geinvesteerd. Daardoor stegen de vastgoedprijzen, en werd het wonen voor gewone mensen steeds duurder. Ook pensioenfondsen kregen het daardoor moeilijk. Er bleven maar een paar veilige manieren over om te beleggen, en deze werden daardoor duurder. De rijken, speculanten, hebben deze assets in eigendom en worden daardoor nog rijker. Centrale bankiers kunnen hier niks tegen doen tegenwoordig, omdat ze Keynes theorie niet volgen.

We zijn nu weer terug bij af, bij de pre-bank periode met roofbaronnen, die hoge rente bepalen.

Hoofdstuk 4 De puinhoop waar we in zitten

(The mess we're in)

De staat heeft geen geld om publieke en maatschappelijke problemen op te lossen. Maar voor het redden van het kapotte bankensysteem heeft men kennelijk wel diepe zakken. Dit terwijl Mrs. Thatcher zei dat de staat geen ander geld heeft dan belastinggeld. Austerity, strenge bezuiniging, is nodig “want er is geen geld”. Dit argument wordt ook in slechte tijden gebruikt om de staat kleiner te maken. Die zuinigheid veroorzaakt een kleinere geldhoeveelheid, waardoor lonen en prijzen zakken en er deflatie ontstaat. Ook de schulden worden groter, omdat de schuldsom moeilijker op te brengen is door lagere lonen. Voor de mensen die uitlenen is dit positief, je kunt voor hetzelfde geld meer kopen, en het “asset” heeft daardoor meer waarde. Deze assets, bezittingen, kunnen dan weer als onderpand dienen om zelf meer te lenen. Het gevaar is natuurlijk wel, dat de mensen de leningen niet meer terug kunnen betalen door de lagere lonen. Omdat geld door deflatie meer waard wordt, in de zin dat je meer dingen kunt kopen, wordt het interessant om cash geld te hebben. Door een bezuinigingsbeleid in tijden van grote schulden in de private sector, zorgt de regering ervoor dat het geldvolume minder wordt, en veroorzaakt daarmee een verergering van de crisis, omdat het moeilijker wordt de schulden terug te betalen, en er daardoor ook minder economische activiteit ontstaat. In wezen worden de onschuldige mensen, die van de staat afhankelijk zijn gestraft, en de schuldigen worden beloond, omdat hun assets meer waarde hebben gekregen. Gelukkig was de rente, als reactie op de 2007 crisis laag geworden, en zou zo de schuldenlast vergemakkelijken. Het is alleen zo dat de interbankrente laag bleef, maar de commerciële rente was nog steeds een stuk hoger, en men was daarom ook bang, dat wanneer de interbankrente hoger zou worden, de commerciële rente ook zou stijgen, en daardoor een volgende ramp zou veroorzaken.

Naast dit maatschappelijke negatieve effect van bezuinigingen, had het ook een negatief effect op het ervaren van de democratie. De regering helpt de burger niet. Er onstaat een vacuüm voor rechtspopulisten. Deze laatste crisis werd niet bedwongen door maatregelen, en kon daardoor vanuit de US en UK naar Europa rollen, en van daaruit naar “emerging markets” en de rest van de wereld. De centrale banken kochten staatsleningen op in het bezit van marktpartijen en commerciële banken. Bij het genereren van dit nieuwe geld, werd er geen enkele maatschappelijke voorwaarde gesteld. Er kon weer gespeculeerd worden, dit geld in vastgoed gestoken, zonder dat er economische activiteiten door werden gegenereerd. Zelfs mensen die gespecialiseerd waren in het hacken van casinospellen, gingen zich met dit speculeren bemoeien. Daardoor werd het geldvolume minder, de economie groeide niet genoeg, de lonen en werkgelegenheid stonden onder druk. De rijken werden rijker, en de armen armer. Omdat er weinig vertrouwen meer was bij bedrijven, en ze bovendien moeilijk aan geld konden komen was het nodig om een uitgebreid stimuleringsbeleid te gaan uitvoeren. Men zou geld moeten scheppen, maar ook belastingpolitiek moest veranderen. In deze schrale tijden zijn er slechts enkele grote leners beschikbaar. Degene die met dit geld economische activiteiten zouden kunnen ontplooien hebben geen vertrouwen in de toekomst. En nog waren er conservatieven die ontmoedigden het lenen van de enige betrouwbare partner die er nog was: de overheid. Dat zou een soort van concurrentievervalsing zijn. De economie kan niet opstarten als er geen mensen willen lenen om economische activiteiten te ontwikkelen. Banken zijn afhankelijk van leners, zonder leners staan deze machteloos. Vertrouwen in de toekomst moet dan geboden worden.

In een crisis is de staat of de regering de enige lener die overblijft. Daarom zal de regering moeten lenen en activiteiten scheppen, die inkomsten genereren. (Daarmee ook belastinginkomsten, en minder uitkeringen), door de inkomsten, worden er weer meer aankopen gedaan, het vertrouwen wordt hersteld, en dan komen ook weer private activiteiten aan de orde. Dit is het multiplier effect. Dit effect wordt genegeerd door klassieke conservatieve economen.

Andersom is er ook een multiplier bij te grote overheidsbezuinigingen. Je komt dan in een negatieve spiraal terecht.

Centrale banken horen bij staten of gemeenschappen van staten. Omdat zij bij regeringen horen die gegarandeerd worden door belastingbetalers, kunnen zij niet failliet gaan. Als er een crisis is, kan een regering de bank geld laten scheppen. Van belang is dan dat daarmee economische activiteiten worden ondersteund. Ze kunnen ook buitenlandse investeerders aantrekken, als het rechtssysteem te vertrouwen is en niet corrupt is, en als er een goed belastingsysteem is, dat ervoor zorgt dat de schulden kunnen worden terugbetaald, eventueel door toekomstige belastingbetalers.

Commerciële banken hebben dit vertrouwen niet, en zijn dus eigenlijk ook minder geschikt om geld te scheppen in tijden van crisis. Bovendien zijn de banken na de 2007 crisis niet voldoende ge-herstructeerd. In Amerika is in 2015 voor 793 miljard geleend, waarvan maar 93 miljard voor private economische investeringen. De rest voor speculeren. Terwijl de werkloosheid steeg, en de lonen onder druk stonden, was het voor banken een makkelijker tijd, want deze hadden het privilege om makkelijk geld van de Centrale Bank te lenen en deze weer duur uit te lenen en ermee te speculeren.Ook dit ging weer ten koste van de maatschappij en de mensen. En omdat “de markt” heilig is, deden regering hier niets aan. Zij zouden ervoor moeten zorgen dat dit geld in de economie terecht zou komen, in plaats van in speculatiespellen. De banken zijn ook gemakzuchtig geworden, omdat hen verteld is, dat ze “too big to fail” zijn, en altijd opgevangen worden. De medewerkers zijn kennelijk ook “too big to jail”, en de herstructering van banken is door de financiële lobby nog steeds niet voltooid. Daardoor gaat alles op de oude manier verder, en niemand doet er iets aan.

Hoofdstuk 5 Klassebelangen en het indoctrineren van scholen voor economisch denken

(Class Interests and the Moulding of Schools of Economic Thought)

Economic fundamentals are all sound; it’s a good time for tighter credit conditions … the recent sell-off in financial markets is good news … The world economy is strong enough to cope with the consequences.
The Economist, 4–10 August 2007

Geleerde economen hadden zelfs vlak na de crisis een grote blinde vlek. Grote afwezige in hun theorie zijn de creatie van geld en het wezen van krediet. Men gaat ervan uit dat alles is terug te herleiden tot ruilhandel. Deze theorie mist de productie van geld (het scheppen van geld door het geven van krediet), en daarmee het sociaal construct dat geld is “that is the rate of interest on money” (? deze snap ik niet). Wat ik wel weet is dat geld een middel is om schuld of vordering tussen twee personen uit te drukken. Een sociaal construct dus. Het is zelf niet een bezit of schuld, maar een middel. Vergelijk het met taal. Taal is niet de communicatie zelf, maar het middel tot communicatie.

Door deze veronachtzaming in de klassieke theorie, hebben bankiers een hoop macht. Zij zijn uit het vizier, en kunnen hun gang gaan. Geld van de centrale banken nemen, speculeren, met als onderpand, de belastingbetalers. Dit is nog steeds niet veranderd. Deze situatie veroorzaakt hoge werkloosheid en armoede over de hele wereld. Economen stonden erbij en keken ernaar. Defaitistisch. Vaak gaven ze de slachtoffers de schuld: ze hadden nooit zoveel mogen lenen. En “we kunnen er niets aan doen, het is een natuurlijke gang van zaken”. Maar dat is een leugen, men kon veel doen, als eerste: orthodox economischie oogkleppen afzetten. En terugkijken hoe president Roosevelt de financiële wereld tegemoet trad. >A host of unemployed citizens face the grim problem of existence, and an equally great number toil with little return. Only a foolish optimist can deny the dark realities of the moment.
Yet our distress comes from no failure of substance. We are stricken by no plague of locusts … Plenty is at our doorstep, but a generous use of it languishes in the very sight of the supply. Primarily this is because rulers of the exchange of mankind’s goods have failed through their own stubbornness and their own incompetence, have admitted their failure, and have abdicated. Practices of the unscrupulous money changers stand indicted in the court of public opinion, rejected by the hearts and minds of men.
… Faced by failure of credit they have proposed only the lending of more money. Stripped of the lure of profit by which to induce our people to follow their false leadership, they have resorted to exhortations, pleading tearfully for restored confidence. They know only the rules of a generation of self-seekers. They have no vision, and when there is no vision the people perish.

En Roosevelt en Keynes slaagden erin de economie te redden en het vertrouwen in de democratie terug te brengen.

De openbaringen van de Bank of Engeland 2014 Quarterly Bulletin: de bank zei dat het meeste geld door commerciële banken wordt gecreëerd, en niet door de centrale bank, zoals in de schoolboekjes staat. Bijna alle schoolboeken geven een verkeerde theorie weer. En presenteren deze bovendien als enige theorie. Dat is de schrijvers en de economischie wetenschap als geheel, als een groot gebrek aan te rekenen. Kennelijk zijn er geen goede discussies mogelijk en zit men gewoon vastgeroest. Volgens Hobbs wordt de inhoud van deze theorieën en schoolboekjes gestuurd door klassebelangen. Zo dat bankiers kunnen blijven profiteren. Economen die hiertegen in gingen, riskeerden hun carriere, werden niet uitgenodigd voor belangrijke samenkomsten en lezingen, artikelen werden niet gepubliceerd. Ze werden actief doodgezwegen.

Hoewel de Bank of England aantoonde hoe het echte wezen van het geld eruitzag, bleven de meeste economen dit negeren. Wellicht komt dat doordat Keynes in dit bulletin helemaal niet genoemd werd, ook al zijn de inzichten in dit document aan Keynes schatplichtig. Na deze publicatie vertelde de gouverneur van de Bank of England, Mark Carney, dat de bank indertijd was opgericht om the helpen met de oorlog met Frankrijk. Dat is maar voor ten dele waar. De echte reden is, dat men eenzelfde banksysteem wilde als in Nederland. In Nederland werd door die bank monetair beleid gevoerd, en werden daardoor de rentetarieven lager dan in Engeland. Dit begrip van het verlagen van de leenrente door gebruik te maken van het financiële systeem is verloren gegaan na theorieën van een zekere David Ricardo (financier). Het oude banksysteem werd gemarginaliseerd. Het is aan Keynes te danken, dat hij dit weer naar voren heeft gehaald.
Een theorie met zo'n grote omissie, het begrip van het wezen van geld, kan nooit goede voorspellingen maken, of economische gebeurtenissen verklaren. Volgens Keynes is het beter om het geld in dienst te stellen van de maatschappij als geheel, dan om het geld in dienst te stellen van private klassenbelangen. Na de tweede wereldoorlog, ontstond er door Keynesiaans beleid welvaart en grote werkgelegenheid. Toch hield dit geen stand, en daarom werd Keynes' theorie weer in de vrieskast gedaan. De klassieke economen namen het roer over, en Keynes met zijn collega's werden naar de marge gedrukt. Een tijd later was er weer een revival van Keynes theorie, culminerend in het boek van de New Economic Foundation: Where does the money come from?. Op dit moment wordt de economische leer echter weer bepaald door klassieke economen die de welgestelde klasse beschermen, doordat het geldconcept geen goede onderbouwing in de theorie heeft. Alleen met een goede herbestudering van Keynes theorie, kunnen we de economische wereldorde weer vlot trekken. De theorie van Keynes wordt nu heel verwrongen en slecht vertaald weergegeven. Keynes wordt vooral geassocieerd met hoge belastingen en overheidsbestedingen, terwijl hij op de eerste plaats een theorie van monetaire financiering beschreef.

De monetaire theorie van Keynes
Keynes was een monetaire econoom die zag dat de klassieke economie niet toereikend was voor een economie die gebaseerd is op krediet. Hij wilde een goed alternatief bouwen, waarmee de economie beter verklaard en begrepen kan worden, en daarmee handvatten biedt om te reguleren. Een monetaire productie economie. Hij zag dat het uitgangspunt voor de theorie de rente moest zijn. In de klassieke economie is de rente het resultaat van activiteiten. In zijn theorie is rente de oorzaak van activiteiten. Rente kan er voor zorgen dat mensen hun schulden niet terug kunnen betalen, en in armoede vervallen. Klassieke economen gebruiken de “objectiviteit” van rente als rationeel excuus voor woekerrente. De hoogte van de rente moet begrepen worden als een sociaal construct binnen de balans van economisch tegenstrijdige belangen. Keynes gebruikt het woord klasse niet, hoewel zijn theorie er van uit gaat dat de klassenstrijd een realiteit is. Keynes wijkt af van Marx in de zin dat arbeiders en productieve industrie gezamenlijke belangen hebben tegenover de financiers, de banken. Lage rente is goed voor productieve industrie en arbeiders, maar slecht voor renteniers. Voor volledige werkgelegenheid en stabiliteit moeten renteniers bloeden: progressieve euthanasie van de renteniers. De werking van de financiële sector wordt bewaakt door private autoriteiten. Keynes pleit voor publieke autoriteiten, die de rente kunnen bepalen. Zelfs progressieve economen zien de publieke autoriteit als “repressief”. Maar volgens de schrijver van dit boek is juist de macht van de banksector als de repressie van slavenhouders. De macht en het goede resultaat van een publieke autoriteit om de rente te verlagen is bewezen, voor en na de tweede wereldoorlog.

Economische orthodoxy, Keynes en de grote crisis. (Great Depression)
Bij de Versailles conferentie na de eerste wereldoorlog in 1919, was de economische leer orthodox. Dat betekende: centrale banken moesten onafhankelijk zijn, regeringen mochten niet te veel uitgeven, dat kapitaal de vrijheid heeft overal naar toe te gaan, en dat hoge rentes goed zijn. Toen kwam de hyperinflatie vanaf 1923, en de grote crisis ontstond culminerend in de beurskrach van 1929. Alleen Groot Brittanië herstelde een beetje, na het loslaten van de goudstandaard 21 september 1931. De volgende vijf jaar ging het een stuk beter, nadat de politiek een linkse draai maakte, gesteund door het feit dat Franklin Roosevelt als president in de US was gekozen, en Leon Blum in Frankrijk. In Keynes plan van 1923 Tract on Monetary Reform werd de rente beheerst door de centrale bank door met massieve fondsen van regeringen te intervenieren op de valutamarkten (foreign exchange markets). In Groot Brittanië werd dit beheerd door het “Exchange Equalisation Account”. Na zijn toespraak waarin hij goud als het fetish van de zogenaamde internationale bankiers noemde, werd Roosevelt uitgenodigd om met dit beleid mee te doen, gesterkt door het schrijven van Keynes theorie.
Keynes was ervan overtuigd dat martktfalen was toe te schrijven aan een slecht begrip van de economie of een slecht toepassen ervan. Hij is geen vijand van marktvrijheid. Hij wilde niet Adam Smith verslaan, maar Smiths' wijsheid implementeren. Rivaliserende argumenten destijds kwamen van mensen die een sterke hand nodig achtten. Hitler bijvoorbeeld kwam op dezelfde tijd aan de macht als Roosevelt in Amerika. In de US, Frankrijk, Groot Brittanië, kwam er democratische controle over de centrale banken. Hitler bleef aan de kant van de financiers staan, hoewel er erg veel werkloosheid heerste. Toen België ook van de goudstandaard af kwam, schreef Keynes: >“Stupid and obstinate old gentlemen at the Banks of Netherlands and France crucifying their countries in a struggle which is certain to prove futile”

Toen Frankrijk (Blum) in 1936 ook overstag ging, werd deze monetaire verandering globaal.

De moderne tijden
Na de oorlog kwam Keynes met een voorstel om globaal een beheersbank op te richten, The International Clearing Union. Die bank zou de wereldlijke valuta kunnen beheersten. Deze bank zou alle landenfondsen beheren en de onderlinge schulden en tegoeden tussen landen managen. In plaats daarvan koos Amerika er voor om hun eigen dollar als centrale munteenheid te laten gelden in de wereld. Dit was tijdens de Bretton Woods conferentie. Hoewel men langzaam wegdreef van de intenties van Keynes theorie, werd door de compromissen die gesloten werden (binnen de Bretton Woods conferentie) de wereld er langzaam toch nog een stukje beter op. Tussen 1947 en 1971 ging alles goed, de werkloosheid en inflatie waren laag over de hele wereld. Deze goede zaken werden echter genegeerd door economen en politici in de daaropvolgende tijd. Men wilde met alle geweld groei en liberalisering van de financiële markten. De inflatie die daarop volgde was een direct gevolg hiervan. Toch kreeg meneer Keynes de schuld. Sinds 1980, de terugkomst van het “dear money”, duur geld, is het er alleen maar slechter op geworden. Verschillen in de samenleving namen toe, om de zoveel tijd een crisis, tot de bekende financiële crisis van 2007. Alweer wordt de teruggang in economische activiteit als normaal gezien. De hoogte van rente wordt alleen als gevolg hiervan gezien. Niet als een van de oorzaken. Regeringen moeten nog steeds terugtreden, hun “huishoudboekje” op orde houden, “roeien met de riemen die ze hebben”. Publieke en private schulden stijgen, problemen worden groter. Dit halfslachtig optreden door regeringen werkt populistische bewegingen weer in de hand. Met uitzondering van Bernie Sanders, is er geen linkse beweging, die de werking van de financiële aan de orde stelt.

Keynes vandaag
Wat men met de theorie van Keynes zou kunnen bewerkstelligen is groot. Als met deze kennis de economie tegemoet getreden zou worden, kan er veel goeds gedaan worden. Het zegt meer over de economen van vandaag, die dit totaal negeren, dan over de grootsheid van deze theorie.

Hoofdstuk 6 Moet de maatschappij banken de macht om geld te creëren afnemen?

(Should Society Strip Banks of the Power to Create Money?)

De Sovereign Money beweging

De crisis heeft zich vanaf 2007 in een aantal jaren uitgebreid naar de hele wereld. Kritiek op bankiers, maar ook op politici, die het marktdenken in de financiële wereld met alle geweld willen doorzetten ten koste van de belastingbetaler krijgen er van langs. In Groot Brittanië ontstaat een beweging: The Sovereign Money Movement. Deze beweging bestaat uit van de ene kant links, marxisten, maar van de andere kant klassieke economen. Beiden willen ze de geldhoeveelheid nationaliseren en de banken ontdoen van de macht om geld te scheppen. Zij willen deze macht alleen geven aan een centrale bank. (Mary Mellor, debt or democracy). Deze beweging houdt niet zoveel rekening met hoge rente (redenering dat hoge rente te veel lenen beperkt), en ze houdt geen rekening met geld dat over grenzen heen vliegt. INET en Martin Wolf van de Financial Times, zijn representatief voor deze beweging. Hoewel ze op sommige punten het niet helemaal eens is met deze beweging, vindt de schrijfster het een hele goede zaak dat de hebzuchtige bankiers nu aangevallen worden en in het publieke licht worden gezet. Maar het begrip van geld is lang begraven geweest. Al in 1700 was er een geleerde John Law, die het begrip zelfs een stuk beter beheerste dan zijn tijdgenoot Adam Smith. Presidenten Jefferson en Lincoln begrepen de macht van het geld ook goed, alleen hadden zij moeite om dit aan anderen goed duidelijk te maken en over te brengen. Ook nu stellen de moderne bewegingen dezelfde goede vragen: Waarom is er een veronachtzaming van de manier van het geldscheppen in het geldsysteem door regeringen, wie zorgt er voor deze veronachtzaming en waarom hebben huidige economen een blinde vlek als het gaat om krediet, geld, banken en schuld? En waarom heeft het banksysteem de maatschappij gegijzeld met onderdrukkende schulden die steeds weer crises veroorzaken? Hoewel de auteur het eens is met de analyse van het probleem, ze is het niet eens met de voorgestelde oplossingen. Ze is bang dat dit alles nog erger maakt, de klok alleen maar terug zet, en nog meer woede en frustratie losmaakt, terwijl de ware schuldigen ermee weg komen. De oplossingen zijn een variant van neoklassieke economische theorieën.

Het doel van de bewegingen

Het hoofddoel is om de creatie van geld van de commerciële banken weg te halen en dit publiek te houden in een centrale bank. Het moet gestuurd worden door de mensen, en niet door de banksector. De banken kunnen dan intermediair zijn tussen leners en uitleners, zonder dat ze zelf geld scheppen. Sommigen van deze beweging vinden dat er een commissie moet komen die de centrale bank aanstuurt, en die zelf wordt gecontroleerd door een parlementaire schatkist commissie. Anderen (Mellor) vinden dat ook regeringen en commissies onderhevig zijn aan corruptie en dat daarom deze controle direct democratisch moet geschieden. Helaas gaan deze oplossingen uit van de ouderwetse theorie “quantity theory of money”, door Bodin in 1560 bedacht en uitgewerkt door Hume en anderen. Volgens deze theorie kun je een stabiele geldwereld bereiken als je volledige controle hebt over de geldhoeveelheid. Zo'n zelfde redenering lag ten grondslag aan het “Chicago Plan” in 1933. Dit plan werd toen echter afgewezen, op advies van Keynes. Niet de geldhoeveelheid, maar de uitgavenhoeveelheid is de sturende factor.
De theorie veronderstelt dat al het geld is uitgebracht door de regering, en dat de regering de hoeveelheid geld kan sturen. De theorie heeft echter een probleem met krediet. Krediet (als gevolg van lenen) is niet uitgegeven door de regering, en zou dus helemaal onafhankelijk van de andere vormen van geld bestaan (geldreserves en cash munten). De geldhoeveelheid heeft zo kennlijk niets te maken met de krediethoeveelheid. Daarnaast heeft de theorie een beperkte visie op hoe fondsen ontstaan. Ze gaat ervan uit dat banken die maken, onafhankelijk van het feit of er mensen bestaan die graag, of niet graag, iets willen lenen. De aanname dat banken de macht hebben om zo de geldhoeveelheid te bepalen is te beperkt. Ook gaan ze ervan uit dat geld iets is als een grondstof, dat schaars of in overvloed aanwezig kan zijn, met gevolgen voor de waarde ervan. Buiten hun visie ligt het feit hoe gemakkelijk geld gemaakt kan worden, of er strenge voorwaarden aan verbonden zijn, en ook of er überhaupt leners zijn die willen lenen. Deze beperkte visie verliest uit het oog waar geld voor geleend wordt. En ziet geld te veel als grondstof dat door de bank vermeerderd of verminderd kan worden al naar gelang de behoefte van de mensen.

Teveel of te weinig geld

De quantitave theorie verliest uit het oog waarvoor geld geleend kan worden. Dat kan ook geleend worden om te speculeren, en niet alleen om er mee te investeren, kopen of verkopen. Er kan bijvoorbeeld te weinig geld zijn om te investeren in zonnepanelen, terwijl het wel heel makkelijk is geld te krijgen om met vastgoed te speculeren. Als er voorwaarden aan het lenen van geld gesteld zou worden, bijvoorbeeld een limiet voor speculatie, zou de discussie er heel anders uitzien. Er is in deze klassieke theorieën te weinig plaats voor wat je met het geld vervolgens doet. Het is voor deze theorie van weinig belang hoe geld gebruikt wordt, of dat nou voor speculatie is of dat het geld over de grens vliegt, ligt buiten hun theorie en is voor hen van secundair belang. Dit geld dat over grenzen gaat bevordert belastingontwijking, valutaoorlogen die met name voor arme landen nadelig zijn en ontneemt de beleidsmakers van een land de mogelijkheid om de rente te beinvloeden. Ook de Oostenrijkse economische school gaat mee in deze theorie van geldhoeveelheid, en neemt aan dat geaggregeerde economie automatisch (onzichtbare hand) zorgt voor stabiliteit en uiteindelijk naar volledige werkgelegenheid.
Als bijvoorbeeld de geldhoeveelheid te groot is, dan is het gevolg hogere prijzen en inflatie. Zo kun je de geldhoeveelheid verminderen om dit tegen te gaan. Helaas is deze visie te beperkt. Er zijn veel meer economische factoren bij betrokken waarop regeringen, centrale banken met fiscaal en monetair beleid invloed op kunnen uitoefenen. Door deze beperkte zienswijze zijn de activiteiten van financiers en banken in de tachtiger jaren buiten beschouwing gebleven, en men bezig was met overheidsbestedingen om de geldhoeveelheid te verminderen. Econoom Milton Friedman vond dat de regeringen zich juist zo min mogelijk moesten bemoeien met lenen en uitlenen en alleen volgens vast regels zaken mochten regelen. Deze politiek heeft tot een economische ramp geleid onder Thather. Inflatie steeg en werkloosheid en het aantal faillisementen groeiden snel.

Woekerrentes

Net als orhodoxe economen veronachtzamen de monetaire reformers the uitgave van rente voor leningen ten behoeve van economische activiteiten. Terwijl de centrale bank rente heel laag is, wordt er nogal veel gevraagd voor de echte rente. Bijvoorbeeld 4 procent voor een hypotheek van vijfentwintig jaar. Daardoor worden leningen om te investeren uitgesteld, en daarmee wordt het investeringsniveau en koopkracht van de economie teruggedraaid. Vooral kleine bedrijven, studenten en mensen of starters op de woningmarkt worden hierdoor gedupeerd. Het is ook teleurstellend dat deze radicale reformisten zo weinig aandacht schenken aan de rol van de rente bij het opbouwen van de schuldbergen. Leningen ten behoeve van speculatie drijven de rente op. Vooral ten tijde van bezuinigingen (die juist in deze tijd uitgevoerd worden), is dit rampzalig voor de economie en voor de mensen die in de schulden zitten. Zij vinden deze hoge rente moreel, politiek en economisch fout, maar ze negeren de oorzaak ervan.

Leners, niet bankiers bepalen de geldhoeveelheid

Een bank kan geld zo uit de lucht maken, met een druk op de knop, maar alleen als er een vraag voor een lening is. Dagelijks zijn er vele aanvragen voor leningen. In die zin is het ontstaan van meer geld een “bottom-up” proces. Deze leners hebben de macht om de geldhoeveelheid te bepalen. Banken kunnen natuurlijk wel weigeren, of de rente zo hoog maken dat het oninteressant is om te lenen. Ze kunnen ook toestemming geven voor leningen ten behoeve van roekelozen speculatie. Toch is het systeem in zekere zin democratisch. De gezondheid van het systeem is afhankelijk van de bereidheid en wil om te lenen voor investeringen in de economie. In 2007 was die bereidheid er een stuk minder. Bankiers en hun onwillige leners zorgen zo voor een deflatoir effect op de economie. Omdat het risico zo groot is dat geleend wordt om onverantwoord te speculeren, is het dan juist om te pleiten voor het afschaffen van private geld creatie (door de commerciële banken)? Volgens de auteur niet, omdat het creëren van geld op microniveau, dat door de mensen bewerkstelligd wordt door leningen aan te vragen, niet vervangen kan worden door een centraal commitee. Je vervangt dan iets wat in zekere zin democratisch is, door een autocratie. Bovendien is er het gevaar dat, omdat zo'n commissie heel veel macht bezit, het maar afhankelijk is van hun economische inzichten is hoe te handelen. ALleen naar inflatie kijken, zoals de klassieke redenering gaat? Het is al ruim bewezen tijdens de afgelopen crises, dat deze technocraten ons van de regen in de drup hebben geholpen. Om maar niet te spreken van de opkomst van het populisme, dat hierdoor ontstond. In plaats van de macht te laten bij de onverantwoordelijk opererende bankiers, moet er meer macht naar degenen die de economie echt stimuleren. De werkers en de innovators, die werkgelegenheid creëren. Regeringen zouden duidelijk moeten maken dat de macht van de bankiers puur afhankelijk is van de publieke goederen en diensten, gegeven door de regeringen en hun centrale banken. Regeringen en hun ambtenaren, moeten bewakers zijn van 's lands financiën, en daarom moet bij het scheppen van geld gecontroleerd worden of dit gedaan wordt ten dienste van de maatschappij, of alleen ter vergroting van privé bezit door speculatie.

Particuliere tekorten kunnen de economische activiteit niet financieren

Op de voorgestelde manier van de nieuwe critici zouden banken alleen geld wat er in de bank is, in de vorm van vorderingen of in de kluis, mogen uitlenen. Tot nu toe is het mogelijk dat de private sector meer leent dan het verdient, zodat de spaartegoeden verminderen. Dat is in Amerika gebeurd. In dat geval zal er voor gezorgd moeten worden dat het lenen van geld verminderd wordt. Men zou de rente kunnen verhogen om spaargeld aan te trekken, maar dat veroorzaakt ook weer een hogere rente om te lenen. Als alternatief kan er ook geld geschapen worden, alleen voor bedrijven die bijdragen aan het Bruto Nationaal Product (dus niet voor hypotheken en speculatie). Dit principe van full reserve banking heeft het gevaar dat er te weinig geld geschapen wordt, en de geldhoeveelheid vermindert. Dit was de benadering tijdens de periode van de goudstandaard, die tot de Great Depression heeft geleid. Uitgaven van de overheid moesten omlaag, om in verhouding tot de goudstandaard te blijven. Door de schaarste van geld gaat de rente omhoog, en alleen degenen die geld hebben, profiteren ervan. De tweedeling in de maatschappij wordt groter. Dit zijn geen goede progressieve theorieën of beleid. In een democratie zijn de voorwaarden waaronder geld geschapen wordt van het grootste belang voor de welvaart en voor sociale en economische rechtvaardigheid. Teveel krediet verlenen voor speculatie kan de inflatie veroorzaken, en te weinig krediet kan deflatie veroorzaken. Maar het gaat niet om de hoeveelheid, maar om de kwaliteit van het krediet, de voorwaarden waaronder het krediet wordt verleend. Dat bepaalt in meerdere mate of krediet uiteindelijk tot welvaart leidt.

Moet of kan geld schuldenvrij zijn?

Nieuwe reformisten zien schuld als iets slechts, en pleiten ervoor dat beheer van de geldhoeveelheid zonder schuld gedaan moet worden. Maar, hoewel schuld een schuldenaar flink dwars kan zitten, is het ook de aanjager van investeringen. Het is juist daarom dat dit goed beheerd moet worden op een democratische manier. In een geldsysteem is schuld en vordering een centraal begrip. Om een stabiel geldsysteem te houden, is het van belang deze sociale relaties van het aangaan van schulden te vergemakkelijken. Dat kan alleen goed, als het systeem uitbuiting van een van de partijen tegengaat. Uitbuiting brengt het systeem extreem uit balans. Dit goed regelen is het grootste doel van een progressieve beweging. Deze controle kan niet overgelaten worden aan een paar technocraten in een commissie, of aan bankiers met hun eigen belangen, of gewoon aan “de markt”.

Gaat het geld gewoon rond?

Volgens sommige monetaire reformisten wordt geld geschapen, en circuleert terug naar de bank inclusief rente. Geld doet veel meer dan dat: het genereert nieuwe producten, nieuw inkomen en kan een goede gezondheidszorg ondersteunen.

The bitcoin mania

Banken kunnen geld met een druk op de knop maken. Voor cryptogeld gaat het iets anders: miners doen dat, en krijgen daar een bedrag voor terug. (Noot van mij: bij bitcoin wordt dit bedrag verlaagd, om de zoveel transacties, om de hoeveelheid eindig te maken: halving of bitcoin). Ook dit systeem heeft een “onzichtbare hand”, die zonder tussenkomst van banken of van democratische controle alles reguleert, op een mathematische wijze. Door de schaarsheid, is het onderhevig aan speculatie en is erg volatiel. Verder wordt het cybergeld niet ondersteund door instanties, het is eerder op wantrouwen dan op vertrouwen gebaseerd. (Noot van mij: het mathematische systeem wordt vertrouwd, geen mensen of instituties). Hoofdpunt van bitcoin voor de auteur is de eindigheid of schaarsheid van dit geld. Dat maakt het net zo kwetsbaar voor speculatie als de tulpen in de gouden eeuw of het goud in the Wild West. Bovendien is dit geld erg beperkt om investeringen te stimuleren, juist door de schaarsheid. De hype over blockchain die de transacties van bitcoin kan reguleren, moet met men voorzichtigheid benaderen. Misschien is het wel een hype als die van een popgroep, zegt de auteur.

Krediet, consumptie en het ecosysteem

Overconsumptie en daarmee schade aan het milieu moet worden tegengegaan. Milieuactivisten die het verband niet zien tussen easy consumptie en easy money zijn volgens auteur gedoemd tot falen. Voor de tijd dat het maken van geld vrij was voor bankiers, werd consumptie wel beperkt. Nu is een groot deel van de economie gebaseerd op huishoudconsumptie. Bankiers verdienen aardig aan de rente op je creditcard. Bankiers zouden beperkt moeten worden in het uitlenen van geld tegen hoge rente voor niet productieve zaken als consumptie of onnodige zaken als plastische chirurgie. Om de economie van fossiele energie af te brengen, om de dijken te verhogen, of voor alle andere transities die nodig zijn om de klimaatcrisis te bevechten is geld nodig. Al dit soort werk is goede economische activiteit en levert inkomen op. Deze transitie is een grote onderneming, maar het is mogelijk als er goede voorwaarden gesteld worden aan nieuwe innovaties, door bijvoorbeeld geldscheppen voor fossiele bedrijven te beperken, en die voor nieuwe energie te bevorderen.

De 'People's QE' en 'helicopter geld'

Samen met de uitvinding dat banken “uit de lucht” geld kunnen maken, zag men dat centrale banken dat ook kunnen. Centrale banken kunnen echter niet meteen geld aan de economie besteden, maar wel aan commerciële banken. Om de liquiditeit te verruimen kochten zij daarom bankprodukten op met nieuw geld. (2008) De banken kregen daardoor meer in kas op de balans, en konden daardoor weer meer dingen doen. Zij investeerden echter niet in de economie, maar in de FIRE sectie: Finance, Insurance, Real Estate, non-productieve zaken dus. Dat kwam omdat de economie slecht draaide, en het daarom niet zo profijtelijk was om daarin te investeren.
QE is niet zo ongewoon voor centrale banken, alleen de kwantiteit ervan is ongewoon de laatste jaren. Het waren en zijn vaak staatsleningen (government bonds), maar sinds 2008 is de hoeveelheid die hiervan is aangekocht heel erg gestegen. Toen mensen erachter kwamen dat centrale banken, de banken met belastinggeld hadden gered, en mensen zelf nog meer belasting moesten betalen (en meer rente aan de banken), werden ze boos en vroegen om QE aan de gewone man: helicoptergeld of Green QE.

Er zijn echter verschillende manieren van QE met verschillende argumenten.

  1. Strategic QE – Voorgesteld door de New Economics Foundation.
    (Bank of England koopt leningen van publieke intermediaire instituties, zoals public investment bank.)
  2. Green QE – Voorgesteld door Victor Anderson, aanbevolen door Molly Scott Cato (MEP)
    (Europese Centrale bank en Nationale banken investeren direct in groene economische activiteiten.)
  3. Helicopter Drop – Voorgesteld door Ben Bernanke (e.a.) en gebaseerd op Milton Friedman’s ‘Helicopter Drops’ paper van 1948.
    (Iedereen krijgt gratis geld van Centrale Bank, of hoeft minder belasting te betalen en de regering krijgt van de Centrale Bank hiervoor compensatie)
  4. People’s QE (gebaseerd op Green Infrastructure QE) – Voorgesteld door Richard Murphy en Colin Hines.
    ( Bank of England injecteert geld in de economie door staatsleningen te geven die bedoeld zijn voor infrastructurele projecten of voor een Groene investeringsbank, als in 2.)
  5. Overt Monetary Financing and Sovereign Money Creation – Voorgesteld door Adair Turner and Positive Money respectievelijk.
    (Geld direct aan de mensen of als investering in overheidsbestedingen.)

De 'People's QE'-voorstellen verzwakken het democratisch gezag

Dit voorstel heeft veel sympathieke reacties gekregen. Ook is er kritiek of angst dat het bijdrukken van geld misbruikt wordt. Hoewel de schrijfster ook sympathiek tegenover dit idee staat, en er ook veel van heeft geleerd, heeft ze ook bezwaren. Als eerste, de beslissers zijn niet gekozen technocraten, en kunnen niet democratisch verantwoordelijk worden gehouden. Drie van de voorstellen gaan aan dit democratisch argument voorbij. (Behalve 3 en 4). Allemaal echter laten ze de beslissing over hoeveel geld geschapen wordt aan de technocraten van de Centrale Banken.

Donald Trump en 'helikoptergeld': de economische, sociale en politieke gevolgen

De uitgifte van nieuwe geld door centrale bankier of door regeringsambtenaren moet aan een goede controle onderhevig zijn, omdat het uitgeven van nieuw geld heel grote economische effecten kan hebben. Centrale banken moeten wel relatief onafhankelijk blijven, omdat regeringen ook corrupt kunnen zijn of worden. (Noot van mij: hmm, is een pragmatisch standpunt, en geen principieel, als je democratie hoog in het vaandel hebt staan). Deze relatieve onafhankelijkheid kun je bereiken door het opkopen van staatsleningen. Zo kan de Centrale Bank de hoeveelheid regelen, en de regering kan bepalen waar het geld voor nodig is. In ieder geval is zo de verleiding om veel nieuw geld te maken enigszins onder controle, hoewel het systeem niet perfect is. (Begrijp de link met meneer Trump niet zo.)

Het probleem is niet de broekriem van QE, maar de uitgemergelde economie

Oftewel het paard achter de wagen spannen. Meer geld in de economie pompen, laat bankiers kiezen voor meer rendabele speculatie dan investeren in de echte economie. Bankiers hebben leners nodig die men met vertrouwen geld kan uitlenen. Dat is het beginpunt. In plaats van het stimuleren van de economie, gaat men bezuinigen, zoals meneer Friedman eens heeft bedacht, met zijn “huishoudboekje op orde”. Het is nodig diensten te stimuleren die werkgelegenheid opleveren, die weer belastingopbrengsten genereren, en die weer in stimuleringsbeleid gestopt kan worden, om zo de negatieve spiraal van “weinig vraag –> lage prijzen –> hogere werkloosheid –> nog minder vraag” te doorbreken. Het beleid dat voor het grootste deel is gebaseerd op het dogma van marktvrijheid (marketfundamentalism), heeft hierin verschrikkelijk gefaald. Daarom komen er bewegingen die bescherming vragen van een sterke man tegen dit vernietigende utopisme. Het is nu nodig om werk aan de infrastructuur te stimuleren, werkers op te leiden of om te scholen naar milieuvriendelijk werk, en weg van de fossiele economie. Dit kan beheerst gefinancierd worden door de Centrale Bank via staatsleningen, totdat de “multiplier” er voor zorgt dat hier door meer werk, meer belastingen binnenkomen en alles weer in balans komt. Zo kunnen de technocraten van de CB de geldhoeveelheid en rente in de gaten houden, en de democratisch gekozen regering kan zelf kiezen waar de gelden aan besteed worden. Uiteindelijk profiteert de private markt ook van de opleving van de economie en het vertrouwen in de economie.

Terugwinnen van de macht van de financiële markten

Gelduitgifte, dat gesteund wordt door belastingbetalers, het juridisch systeem en de centrale bank, is een grote macht om economische invloed uit te oefenen. Tot nu toe heeft alleen een kleine elite van deze macht geprofiteerd. Vergelijk het met de gezondheidszorg. Stel je voor dat alleen een elite kan profiteren van de gezondheidszorg. Het geldsysteem is niet zo zichtbaar, maar is een vergelijkbaar maatschappelijk systeem dat voor de mensen bedoeld is. Deze macht om geld te scheppen moet weer terug in de handen van democratisch gekozen lieden. Als dit niet gebeurt, zal de ongelijkheid toenemen en de crises zich blijven herhalen en zelfs harder toeslaan. Maar we moeten dit goed doen, met een goed begrip van het geldsysteem. We moeten niet bijvoorbeeld de gelduitgifte van de bankiers afpakken om vervolgens alleen geld beschikbaar te stellen dat aan de andere kant van de balans aanwezig is als spaargeld. Dan zouden we terugvallen op een ruileconomie, waarmee de grote uitdagingen waar we voor staan, niet gefinancierd kunnen worden. Het is van uitermate groot belang dat de innovators en reformisten in de financiële wereld een goed begrip hebben van het geldsysteem, en niet bijvoorbeeld de “quantity theory” volgen, anders vallen we alweer terug in het oude systeem.

Hoofdstuk 7: Ondergeschikt maken van financiering, herstel van de democratie

(Subordinating Finance, Restoring Democracy)

De “despotische” macht van het financiële kapitaal heeft voor een langdurige financiële crisis geleid, en een verschrikkelijke opeenhoping van schulden. Deze crises gaan gepaard met grote maatschappelijke kosten, welvaartsdaling, werkgelegenheidsdaling, ecologische uitbuiting. Daarnaast heeft het het vertrouwen in de democratie ernstig beschadigd. Politic zijn niet in staat geweest deze crises te stoppen, omdat de werkelijke macht geprivatiseerd is naar de financiële sector. Dan is het ook logisch dat de financiële sector er het minst slecht vanaf is gekomen. Men zorgt wel voor zijn eigen hachje. Werklozen, kleine bedrijven, daklozen, belastingbetalers hebben de prijs betaald. Ook sociale politici betalen de prijs van het adopteren van de neoliberale visie in hun beleid. Het is van belang eerst de neoliberale visie aan te pakken en te laten zien dat deze alleen profijt biedt voor een kleine elite. Als er geen regulering van de financiële markt is, gaat het vertrouwen in de markt weg. Geld is geen grondstof, zoals goud, of meubels. Het is een sociaal construct. Politici moeten nu via wettelijke bepalingen en regulering de financiële markten weer ten dienste van de echte economie, de economie van goederen en diensten, brengen. Nu bepaalt de financiële markt te veel de economie. Dit boek is een economisch boek en geen politiek boek. Maar het geeft een paar aanbevelingen die al eerder uitgevoerd zijn en getest.

Beheer van de productie van geld: macroprudentiële hulpmiddelen

Nu we gezien hebben hoe commerciële banken omgaan met het scheppen van geld, is het belangrijk dat publieke autoriteiten (Centrale Bank en Minister van Financiën) de productie en verspreiding van geld reguleren, nationaal en internationaal, van bankactiviteiten en van schaduwbankieren. Daarvoor is het goed te begrijpen dat belastingbetalers het recht hebben om deze macht uit te oefenen. Zij staan per slot van rekening altijd garant voor de financiële sector en moeten slecht functioneren betalen. Aangrijpingspunt voor deze controle is het kredietproductiesysteem. Deze kan gecontroleerd worden volgens het principe dat geld geleend voor productieve activiteiten gemakkelijk verleend wordt, tegen een lage rente, en geld geleend voor speculatie niet of moeilijk verleend wordt, tegen een hoge rente. Hiervoor zijn zogenaamde macroprudential tools beschikbaar voor regeringen. Met deze statistische gereedschappen is het mogelijk kredietgroei te monitoren en te interpreteren.
Een andere manier voor regulering is het zetten van standaarden voor het lenen ten opzichte van de waarde die geleend wordt, de loan-to-value ratio (LTV). Je kunt zoals in Duitsland bijvoorbeeld hypotheken verschaffen, waarbij de waarde van het onderpand niet bepaald wordt door de huidige marktprijs, maar door een degelijk onderzoek naar de kenmerken van het onderpand, de regionale marktsituatie en de alternatieve mogelijkheden voor het pand. Dit kan tegengaan dat het steeds moeilijker wordt een huis te kopen, omdat de huisprijzen steeds hoger worden. De huizen worden namelijk lager ingeschat, en daardoor wordt er makkelijker gekocht, waardoor er meer mensen het onderpand kunnen kopen, en waardoor dan weer de huizenprijzen meer stabiel blijven en niet in een spiraal omhoog gaan. Schuld-inkomsten ratios en 'leverage caps' (krediet voor speculatie) zijn gereedschappen die de Centrale Bank aan de commerciële banken kan afdwingen, op van basis van de dreiging van het ontnemen van de banklicentie.

Beheer van de prijs van geld: monetair beleid

Keynes heeft bewezen dat de veronderstelling van de klassieke economische theorie dat de rente het gevolg is van de economische activiteiten niet klopt. Het is het omgekeerde: de hoogte van de rente is de oorzaak van economische activiteit. Een lage rente veroorzaakt meer economische activiteit. Vandaag is de centrale bankrente laag, maar de economische activiteit ook laag. Dat komt doordat de commerciële banken hogere rente vragen. In 2015 was bijvoorbeeld de rente van de Centrale Bank in Engeland 0,5 procent. Kleine bedrijven konden echter alleen lenen vanaf 4 procent bij commerciële banken. Rente op een particuliere bankrekening is te verwaarlozen, terwijl roodstaan wel 10 procent rente kost. En voor kleine bedrijven soms zelfs 22 procent. Vijfjaars leningen waren 8 procent, en op creditcards stond 17 procent. Deze renten verklaren de lage economische activiteit van deze tijd. Nu zijn er zelfs negatieve renten gerekend, zodat sommige staatsleningen voor negatieve renten aangekocht werden. Echter de terugval in inflatie veroorzaakte een verhoging van de echte rente. Inflatie veroorzaakt normalerwijze een verlaging van de rente. Deflatoire druk verhoogt de rente. Sommigen vinden het prachtig dat je meer kunt kopen met je geld, maar deflatie is gewoon een teken van een mindere vraag. Vraag naar geld, werk goederen en diensten, minder activiteiten. De klassieke economische theorie volgend worden vervolgens bezuinigingen gestart, waardoor de vraag nog minder wordt. In hoofdstuk twee is uitgelegd hoe regeringen via centrale banken invloed kunnen uitoefenen op de rente en daardoor de economische activiteit. Dat kan door de uitgifte en beheer van staatsleningen. (Rente wordt dus niet bepaald door de vraag naar spaartegoeden). In een door bankgeld gecontroleerde economie moet het wel voor investeerders en kapitalisten mogelijk zijn hun surplus te stallen of aan te wenden. De regeringen kunnen hierop anticiperen door te varieren in de looptijd van de uit te geven leningen. Sommigen hebben direct geld nodig (1 dag lening), sommigen dertig jaar (pensioenen), en anderen een paar maanden (om te speculeren). Zo kan naar gelang de behoeften van de markt en de samenleving de looptijd gevarieerd worden. Als er goed ingespeeld wordt op deze behoeften (liquiditeitsvoorkeuren), zullen de kosten van lenen (rente), niet hoog hoeven te worden. Hiervoor is een apart schuldbeheerkantoor van de regering, de minister van financiën, nodig. Publieke en private sectoren winnen hier beiden mee. Toch is monetaire politiek niet voldoende. Als de monetaire politiek, gericht op verlaging van de rente uitgevoerd wordt, en tegelijk wordt er een bezuinigingspolitiek doorgevoerd, dan kunnen alle goede bedoelingen alsnog teniet worden gedaan.

Bezuinigingen leiden tot tekorten aan veilige middelen

Keynes begreep dat de rente een sociale variabele is die men kan beinvloeden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde de Engelse regering een zogenaamd “tap”beleid. Ze gaf staatsleningen tegen een vaste prijs, maar tegen variabele looptijden en de uitgave is ongelimiteerd. Zo konden mensen korte of lange leningen kopen, al naar gelang hun behoefte. Op deze manier was de lange rente 3 procent en kort bleef 1 procent. Dit was een hele prestatie. Helaas werd het begrip van Keynes revolutionaire theorie in de daaropvolgende jaren diep begraven. Dat veroorzaakte weer flinke stijgingen in de rente met de bijbehorende bubbels, die vervolgens weer in een crisis uiteenspatten.

Rentevoeten in de huidige bizarre wereldeconomie

Tot in ieder geval 2016 probeerden de Centrale Banken om de rente laag te houden terwijl de regeringen verder niets deden (behalve de Chinese). Centrale Banken kochten staatsleningen op – quantitave easing. Deze combinatie: het opkopen van staatsleningen door CB en het uitvoeren van bezuinigingen, en daardoor minder staatsleningen, leidde tot een tekort aan het meest betrouwbare onderpand: staatsleningen. Daardoor werden deze duurder, en de winst die ermee gemaakt kan worden minder (return of investment). Door dit geisoleerd monetair beleid ontstond een gebrek aan onderpanden. Deze worden gebruikt om verder geld uit te lenen, en zo werd deze activiteit danig verminderd, en kwam er zogezegd zand in de financiële machinerie. Dit tekort aan betrouwbaar onderpand werd zo groot, dat mensen (kort) geld wilden uitlenen tegen een negatieve rente om deze onderpanden te bemachtigen. Door dit geisoleerd monetair beleid ontstond zo dus ook een gebrek aan onderpanden. Deze worden gebruikt om verder geld uit te lenen, en zo werd deze activiteit danig verminderd, en kwam er zogezegd zand in de financiële machinerie. Dit tekort aan betrouwbaar onderpand werd zo groot, dat mensen (kort) geld wilden uitlenen tegen een negatieve rente om deze onderpanden te bemachtigen. De onzekerheid in de markt wakkerde ook de angst aan dat steeds meer kredietgevers geen cash meer accepteren, maar alleen veilig onderpand, dat vervolgens nog schaarser wordt. Wat zou er nu volgens Keynes moeten gebeuren? – Hij zou adviseren of beter reguleren dat de commerciële banken minder riskante beleggingen toestaan. – Ten tweede, Centrale Banken moeten erkennen dat sommige schulden niet zullen worden terugbetaald, en die moeten worden afgeschreven. – Ten derde, regeringen van de moderne economieën moeten niet bezuinigen maar investeren. Zo zal de hoeveelheid veilig onderpand groeien in plaats van verminderen. – Daarnaast zou er in overleg met de Centrale Banken meer verschillende staatsleningen (tegen verschillende looptijden) door regeringen uitgegeven moeten worden, om aan de behoefte aan veilig onderpand tegemoet te komen. Met dit geld kan geinvesteerd worden in echt werk en daarmee een verhoging van de belastinginkomsten.

Helaas wordt dit advies genegeerd. Het resultaat is een bizar monetair beleid en steeds risicovollere ontwikkelingen in de financiële markten, die dreigen uit te monden in een volgende crisis.

Beheer van mobiel kapitaal: de internationale dimensie

Grensoverschrijdende investeringen zijn ontzettend veel gegroeid sinds 1980. Was men vroeger ervan overtuigd dat dit veel voordelen opleverde, een studie (zie blz 20) kon dit echter helemaal niet aantonen. Integendeel, dit grensovervliegend kapitaal kan verantwoordelijk gehouden worden voor globale financiële volatiliteit en het steeds terugkomen van financiële crises. Een goed gereguleerd banksysteem moet dit kunnen aanpakken. We komen hier erg laat mee. Maar zelfs het IMF erkende in 2016: Neoliberalism: Oversold? Voor degenen die geleden hebben onder het neoliberalisme zal dit niet echt nieuws zijn.

Sluiten van deuren naar footloose, speculatief, mobiel kapitaal

Volgens Keynes, moet kapitaalvlucht belast worden, zodat het minder profijtelijk is er mee rond te vliegen. Nu is de wereld wel ingewikkelder geworden, maar dat maakt de regulering van kapitaalstromen eigenlijk nog urgenter.

Democratische beleidsautonomie

De redenering achter het beheer van kapitaalstromen is dat gekozen regeringen een verantwoordelijkheid hebben voor hun volk, en hen te beschermen.

Het verwijderen van de controle van de financiën over de valuta van een land

Centrale banken moeten de valutakoersen beheren door het kopen of verkopen van een valuta, in plaats van aantrekken van vreemde valuta. (Deze begrijp ik niet zo goed.) Hiervoor is samenwerking tussen landen nodig, maar de G8 in 2016 wilde daar nog helemaal niet aan beginnen.

Brexit en de noodzaak van internationale samenwerking en coördinatie

De huidige wereldleiders willen geen beheersing en coördinatie van kapitaalstromen. Zij vinden dat de “invisible hand” van de markt het allemaal moet regelen. Net zoals in de dertiger jaren van de vorige eeuw de leiders zich vasthielden aan de goud-standaard. Dit heeft geleid tot instabiliteit, opkomst van populisme, nationalisme, en politieke spanningen. Brexit is daar een voorbeeld van. Immigranten zijn een resultaat maar ook slachtoffers van de globalisering. Immigrantenhaat spreidt zich over de hele wereld uit, door het onverantwoordelijk non-beleid van onze leiders.
Dit kan veranderd worden als kapitaalstromen beheerst worden en als de financiële sector dienstbaar gemaakt wordt aan de economie en de mensen, in plaats van andersom. Keynes stelde ten tijde van Bretton Woods een Internationals Clearing Union voor. Er moet een Internationale Centrale Bank komen, die de stromen tussen de landen beheerst en gebruik maakt van een nieuwe valuta de “bancor”, die neutraal is. Deze bank verwerkt dan de stortingen en ontrekkingen als transacties tussen handelslanden. Als land kun je rood staan, zodat je toch nog kunt investeren, maar misbruik hiervan wordt tegengegaan door strafrente. Daartegenover, het opstapelen van geld door landen wordt ook ontmoedigd door een strafrente. Dit is noodzakelijk om situaties zoals tussen landen Duitsland en Griekenland te voorkomen. Hier zie je namelijk ook politieke vijandigheid ontstaan. Het effect van de maatregelen zouden in dit geval zijn dat de landen minder importeren en exporteren, en meer zelfondersteunend zouden worden, waardoor ook minder luchtvervuilende transport tussen landen nodig zou zijn. De financiële sector zit hier niet op te wachten, omdat zij graag met hun kapitaal makkelijk de grens over kunnen op zoek naar de meest lucratieve omgeving. Nu is het profijtelijker om aan arme landen uit te lenen, omdat die hoge rente moet betalen, maar daartegenover staat dan het risico dat dat geld niet terugbetaald wordt. Het IMF dekt dat echter af, en de bankiers zijn tevreden, dat met hun geld weer op de roofbaronnen manier uitgezet kan worden. Bovendien zorgt het IMF ervoor dat het geld in een sterke munt terugbetaald moet worden, niet in de munt van het arme land. Met het ICU van Keynes zou deze onrechtvaardige situatie vermeden kunnen worden, en stabiliteit in de wereldeconomie bereikt kunnen worden.

Een reeks beleidsmaatregelen om de financiering ondergeschikt te maken aan de reële economie

De meeste beleidsvoorstellen zoals hierboven beschreven zijn al eens succesvol uitgevoerd in de periode 1945 to 1971. Dit was een gouden economische periode. Keynesiaans monetair beleid, samen met fiscaal beleid had de belangen van alle partijen in de economie in het oog, zonder er één extreem te bevoordelen. Grote commerciële bankiers kunnen nu de rente beïnvloeden en er voor zorgen dat de grote koek naar hen toe gaat. Om dit te veranderen is de theorie die Keynes ons heeft nagelaten, met de voorstellen tot monetair beheer niet genoeg, maar wel nodig.

Hoofdstuk 8 Ja, we kunnen ons veroorloven wat we kunnen doen

(Yes, We Can Afford What We Can Do)

Hoe kunnen we democratische controle over het banksysteem weer herstellen en ervoor zorgen dat dit in de toekomst intact blijft, als we met klimaatverandering en energietransitie van doen hebben?

Als eerste zal het publiek beter moeten begrijpen hoe de vork nu echt in de steel zit bij het bankensysteem. Helaas kunnen we niet vertrouwen op de academische economische wetenschap, die erg op de klassieke toer gaat, en gefaald heeft in het voorspellen van de laatste economische bewegingen. Bovendien zijn de meeste economen zogenaamde micro-economen, die geen conclusies kunnen trekken over macro-economische zaken, maar dat toch doen. Ook op de Centrale Bankiers kunnen we geen beroep doen, omdat die nu een nogal defaitistische houding hebben gekregen na alle ellende. Deze bankiers gaan er vanuit dat crises er nu eenmaal bij horen.

Als het volk leidt, zullen de leiders volgen

Dit defaitisme van de leiders en beleidsmakers noopt tot het nemen van het heft in eigen hand. Met name vrouwen en milieuactivisten kunnen hierin het verschil maken. Juist deze groepen hebben ook veel te winnen met meer macht binnen de financiële sector. Het praatje: iedere huisvrouw weet dat er volgens het huishoudboekje geen geld is, is zoals we zagen gewoon niet waar. Met krediet schep je geld. Maar dit argument wordt gebruikt voor zaken die voor vrouwen interessant zouden zijn, terwijl bedrijven zonder voorwaarden miljarden steun krijgen. De milieubeweging kan profiteren van een betere kennis van het financiële systeem, zodat ze de oorzaken van het verwoestende bankenkapitalisme kunnen laten zien. Daarnaast moeten we nieuw lezen inblazen in onze democratische instituties, die nu door privatisering uitgehold zijn. We “the people”, moeten ons dus organiseren en van ons laten horen. Een samenwerking tussen de industrie en arbeid, bedrijven en vakbonden tegen de bankensector zou zeer effectief kunnen zijn. Uiteindelijk moet het tot een financiële reformatie komen, zoals eerder beschreven. Hiermee is het mogelijk onze wereld ten goede te veranderen. Er is altijd genoeg geld voor energietransitie, zorg voor ouderen en kwestbaren. We kunnen ons gewoon al deze dingen veroorloven. Als we het financiële systeem maar goed begrijpen, en hervormen.