Dof ochtendgloren Veel te vroeg word ik wakker voor wat ik geslapen heb. Biertjes van gister hebben ruzie met een aantal organen. Het is nog wat donker buiten. Grijs licht. Vaal. Stil. De vogels slapen nog. Een verrekijker met stof erop kijkt me aan. Er ligt een vies handdoekje verfrommelt over een opengeslagen Suske en Wiske. De Sputterende Spuiter geloof ik. Een sportsok. Een tube vet, voor after iets. ‘Ik herken mijzelf hier totaal niet in!’, denk ik hard op. En daar schrik ik van. De wereld komt vochtig koud door het raam het huis binnen. Alles lijkt plakkerig. Unheimisch. Duitse woorden op de vroege ochtend ook nog. Wie ben ik? Waarom? Ik sla deze vragen niet zoals altijd snel over om de orde van de dag te gaan verzinnen, maar verzand als een angsthaas in het doffe ochtendgloren. Nu. Niet echt hoor. Het klinkt wel lekker, dacht ik. Met veel te vadsige zinnen de dag onder woorden brengen voor dat hij echt begonnen is.

© twien