twien

brokjes wereld

Ricardo De poes die ooit naar binnenliep, in het huis met het torentje waar we met z’n allen woonden, noemden we Ricardo. Pikzwart met een gouden ketting om. Ze ging niet meer weg, maar bleef een beetje straatkat. Als je ‘r aaide bleef ze gezellig in je arm hangen. Jaloers viel ze vrouwen aan die op bezoek waren.

We bonden een cameraatje op haar nek en zagen haar live op televisie op de dakrand banjeren of uren naar een muur kijken. We vonden stukjes muis op de trap, alsof hun broek met staart en al was uitgedaan.

Jaren later woonde ze bij mij. Ze was een tijd verwend geweest. Een vadsig lijf met een klein koppetje. Ze had okerkleurige ogen net als het tapijt, waardoor het leek of ik dwarsdoor haar ogen de vloer kon zien.

Langzaam werd het een scharminkel. Ik noemde haar Muizenbach of Stuifmiegel. Elke dinsdag moest ze kotsen. Een keer met oud en nieuw bleek, toen ik ’s ochtends terugkwam, dat ik haar per ongeluk in de koude gang had ingesloten. Ze was niet boos, zelfs blij me te zien en mauwde enthousiast: ‘Mieeer!’

twien

Zalig Op een mistig winters grasveld traint Arie zalig zijn spieren door heen en weer te rollen. Er zit modder op z’n buik, maar daar heeft hij poep aan. Ik word soms onzeker en soms misselijk als ik zijn fysiek zie. Het verschil tussen lichaam en body. 1 januari zag ik een filmpje van Arie. Hij staat in een sloot. Eerst filmt hij overvliegende ganzen en dan zijn eigen hoofd. Hij zegt ‘kijk nou!’ en richt weer op de ganzen. Dan zie je weer zijn natte hoofd in het kouwe water. Hij zegt met een warme zalvende stem ‘gelukkig nieuwjáár’. Een vreemd warm-koud contrast. Je hebt een lichaam en je bent een lichaam. Soms fijn. Soms pijnlijk. Soms eenzaam. Arie heeft daar geen last van lijkt het. Hij kent Jezus. ‘Hij ís Jezus’, zei laatst een vriendin. Hij is in ieder geval blij met zichzelf. Moet ik op zoek naar mijn inner Arie? Binnenkort spring ik op een zonnige dag weer eens in de zee. Koud. Zalig.

twien

Statiegeld Bij de supermarkt doe ik een aantal plastic flessen in de statiegeld machine. Het apparaat herkent er maar een, drie hebben geen label meer. Ik trek een jong dikkig mannetje met een blauw pakje aan zijn oortje. ‘Er moet een streepjescode op zitten’, zegt ie. ‘Ja, er zitten geen labels op’, zeg ik, ‘het apparaat begrijpt dat niet, daarom vraag ik het aan jou.’ De jongen herhaalt zichzelf. ‘Het zijn plastic flessen’, zeg ik net iets te hard. Ik hou een fles demonstratief omhoog. 'Moet ik die nu wéggooien?’ Hij snapt het idee van statiegeld niet? Ik word bijna ziedend. In een supermarkt. Tegen een bol jochie. Met een brilletje. Niet de bedoeling. De jongen hoort me niet meer, hij ziet alleen een vervelende man. ‘Ik kan de manager voor u halen?’ ‘Ja!’ Van de manager krijg ik vier kwartjes statiegeld op een briefje en ik koop een pak smerige koekjes. Om elk koekje zit een plastic wikkel die ik buiten boos op straat gooi.

twien

Authentiek™ Op een verjaardag sprak ik een meisje. Ze kwam net uit Utrecht, leuk. Dagje lekker shoppen. Jurkje gekocht bij de Zara. Die heb je hier toch ook? Ja, maar dan kon ze hem makkelijk ruilen… Ik dacht aan duizend truien met de tekst Authentic.

Zoals franchise koffietenten met jazzy muzak, Zweedsig sfeerlicht en een handschrift lettertype logo. Willen lijken op een authentiek koffietentje. En dat tentje wil weer dáár op lijken. Het verschil is af en toe wat Word Art. Tja, Coca~Cola kaapte al hippies voor hun reclame in de jaren zestig. M’n ouders reden toen een rooie eend met gele bloemen, maar hadden nog nooit wiet gerookt.

Aan een tafel in de hoek een meisje met een mokje melk met koffiesmaak, starend naar haar laptop. Ze heeft een eigen onderneming, iets met kralen. Als influencer op de socials werkte niet echt. Te tenenkrommend, vond ze zelf ook wel. Authentiek blijven en hopen dat de algoritmes goed gezind zijn! Ze eet een koekje achter haar hand. Strakjes naar de Zara, jurkje ruilen.

twien

Dankbaar aan de homo economicus ‘Dankbare mensen zijn gelukkigere mensen. Dat vergeten mensen’, zegt Ernst Jan op zijn website. Hij verkoopt het Dankboek. Twintig euro. ‘Je kan er elke dag opschrijven waar je dankbaar voor bent.’ ‘Bijvoorbeeld als je wakker wordt, of voor het slapengaan’. Er staan foto’s van het boek. Gesloten, met een glas thee ernaast, en geopend met een kop koffie ernaast.

Het is een leeg boek.

Ernst Jan werkt zestig uur, zegt hij in een podcast, ‘maar dat voelt als ontspanning.’ Hij praat over investeren in aandelen, maar ervaart ‘een ongemakkelijk gevoel, vanwege de economische groei die de planeet niet aankan’.

Hij besteedt veel tijd aan besparen en daardoor minder aan geld verdíenen. Een homo economicus. Een berekenend mensch. Hij geeft een tip: Je hebt meer geld, doordat je het niet uitgeeft.

Ernst Jan is ook mede-oprichter van De Correspondent. Bij het horen van zijn tip zegde ik mijn lidmaatschap op.

Van de Huilende Rappers leerde ik zo ooit een geheime trucje om wakker te blijven: Gewoon niet gaan pitten.

Dankbaar schreef ik dit.

twien

Let's go Het NOS journaal 's ochtend is vermakelijk. Er ligt een pak sneeuw in het oosten van de VS. De president kan even zijn vliegtuig Air Force One niet uit. Ik denk aan een superheld met een onderbroek over zijn glimmende pakje die zijn cape kwijt is. In Washington doet de officiële vereniging voor sneeuwbalgevechten “waarvoor het is opgericht”. Gezapige beelden. Mensen gooien sneeuwballen. Een jongen met een spiegelende zonnebril en een dikke muts met pluim zegt dat hij het hoorde op de radio en dacht: “You know what? Let's go!”. Mensen gooien nog meer sneeuwballen. De grote bewegende mond van de nieuwslezeres die daarna in beeld is, lacht en lijkt op een muppet, al blijven bij haar de pupillen op dezelfde plek. Ze vertelt dat er hier ook weersomstandigheden zijn. Toch fijn te weten dat alles goed gaat in Amerika, een jaar na de mislukte staatsgreep.

twien

Malieveld Even regent het niet. Ik ga op een bankje aan het Malieveld zitten. Ik wil er een keer iets over schrijven. Over de democratie die hier samenkomt protesteren. Het Chinees staatscircus en de kermis. Waar op 5 mei met goedkope hamburgers en zangers als Waylon met hekken eromheen de vrijheid wordt gevierd.

Geregeld pak ik hier een demonstratietje mee als ik er langs wandel naar het bos. Vandaag is het er zompig en donker. Toch nog zeventien demonstranten met onleesbare bordjes en een vol busje wouten.

Door de kale bomen heen is een lelijke hoge woontoren te zien. Helemaal bovenin woont een zakenmannetje voor wie ik ooit kutklusjes deed. Hij kwam zijn beloftes niet na. Eens zei hij tegen mij dat ik ook VVD moest stemmen, omdat ik ondernemer was. Ik dacht ik ben toch vooral mens, op de wereld, samen met anderen.

Nu zit ik hier weg te waaien. Bovenin die toren vanwaar je de drassige democratie kan zien verdrinken is het licht uit. Hij is vast ook alleen en ongelukkig.

twien

Spareribs Met een vriendin loop ik door de stad op zoek naar spareribs. Eigenlijk vinden we spareribs niet zo bijzonder. We eten het vooral om een vriend te pesten die tegen dierenleed is, terwijl hij wel ontzettend veel kaas eet. Het is aan het miezeren en het schemert. We besluiten bij een soort hal binnen te kijken. Hier zijn verschillende keukens naast elkaar. Thais, pizza, Mexicaans, van alles. Het is er redelijk druk. De sfeer bij de tafels is niet gelinkt aan een van de keukens. Je kan naast iemand zitten chinezen die Franse frietjes eet. Sommige mensen kijken ons raar aan omdat we hen aan het bekijken zijn. We hebben beide een blauwe regenjas aan en ik besluit met licht van mijn telefoon afzuiginstallaties aan te wijzen op het plafond. Zo lijken we net van een een of andere dienst. Na Vietnam gaan we naar buiten. De geur van keukens door elkaar is niet te harden.

twien

Plooifiets Een man met een dikkig bloot gezicht staat met een zakje winegums in zijn hand naar het sleuteltje van z’n scooter te zoeken. Het lijkt of hij winegums eet maar het zakje is nog dicht. 'Hoeveel kostte het?', vraagt hij boos aan een lange gast met een vies mutsje. Op dat moment gaat met een doffe klap een vent op een vouwfiets op z’n smoel. 'Het gaat wel', zegt de vent met een Vlaams accent tegen iedereen die hem nietsvragend aanstaart. Als hij opstaat denk ik aan ‘plooifiets’, het Vlaamse woord voor vouwfiets. Dan zouden er toch meer mensen op rondrijden. Aan de overkant in een nis van de kerk trekt een man zijn broek uit en als ik goed kijk zie ik dat het zijn regenbroek is. De man ziet mij hem goed aankijken en kijkt boos terug. Verder is iedereen ineens verdwenen waardoor het even spannend lijkt te worden, maar dan loop ik vlug naar huis.

twien

Kauwgum Langs de kant van de weg staat een fikse kraai in een pakje kauwgum te pikken. Hij vist er subtiel een achter een raampje vandaan. Ooit hoorde ik een verhaal van een eend die bolletjes stopverf at, hij dacht dat het brood was. Het beest ontplofte. Ik weet het niet, maar vogels kunnen geen winden laten. Ik loop een paar passen terug en zeg 'niet doen!...vies!'. Alsof het een klein kind is. De kraai kijkt me aan en pakt het witte rechthoekje met zijn snavel op en waait soepel naar de overkant. ‘Niet lekker!’ articuleer ik overdreven. Het woord ontploffen zal het beest niet kennen. Hij kijkt me weer aan en laat het kauwgumpje vallen. Hij kijk er even naar en laat het dan met rust. Zou de kraai het snappen? Of vindt ie mint maar niks. Als ik verder loop, springt hij terug naar het pakje en begint weer te pikken. Misschien zitten er verschillende smaken in.

twien