twien

brokjes wereld

Authentiek™ Op een verjaardag sprak ik een meisje. Ze kwam net uit Utrecht leuk. Dagje lekker shoppen. Jurkje gekocht bij de Zara. Die heb je hier toch ook? Ja maar dan kon ze hem makkelijk ruilen… Ik dacht aan duizend truien met de tekst Authentic.

Zoals franchise koffietenten met jazzy muzak, Zweedsig sfeerlicht en een handschrift lettertype logo. Willen lijken op een authentiek koffietentje. En dat tentje wil weer dáár op lijken. Het verschil is af en toe wat Word Art. Tja, Coca~Cola kaapte al hippies voor hun reclame in de jaren zestig. M’n ouders reden toen een rooie eend met gele bloemen, maar hadden nog nooit wiet gerookt.

Aan een tafel in de hoek een meisje met een mokje melk met koffiesmaak, starend naar haar laptop. Ze heeft een eigen onderneming, iets met kralen. Als influencer op de socials werkte niet echt. Te tenenkrommend, vond ze zelf ook wel. Authentiek blijven en hopen dat de algoritmes goed gezind zijn! Ze eet een koekje achter haar hand. Strakjes naar de Zara, jurkje ruilen.

Dankbaar aan de homo economicus ‘Dankbare mensen zijn gelukkigere mensen. Dat vergeten mensen’, zegt Ernst Jan op zijn website. Hij verkoopt het Dankboek. Twintig euro. ‘Je kan er elke dag opschrijven waar je dankbaar voor bent.’ ‘Bijvoorbeeld als je wakker wordt, of voor het slapengaan’. Er staan foto’s van het boek. Gesloten, met een glas thee ernaast, en geopend met een kop koffie ernaast.

Het is een leeg boek.

Ernst Jan werkt zestig uur, zegt hij in een podcast, ‘maar dat voelt als ontspanning.’ Hij praat over investeren in aandelen, maar ervaart ‘een ongemakkelijk gevoel, vanwege de economische groei die de planeet niet aankan’.

Hij besteedt veel tijd aan besparen en daardoor minder aan geld verdíenen. Een homo economicus. Een berekenend mensch. Hij geeft een tip: Je hebt meer geld, doordat je het niet uitgeeft.

Ernst Jan is ook mede-oprichter van De Correspondent. Bij het horen van zijn tip zegde ik mijn lidmaatschap op.

Van de Huilende Rappers leerde ik zo ooit een geheime trucje om wakker te blijven: Gewoon niet gaan pitten.

Dankbaar schreef ik dit.

twien

Let's go Het NOS journaal 's ochtend is vermakelijk. Er ligt een pak sneeuw in het oosten van de VS. De president kan even zijn vliegtuig Air Force One niet uit. Ik denk aan een superheld met een onderbroek over zijn glimmende pakje die zijn cape kwijt is. In Washington doet de officiële vereniging voor sneeuwbalgevechten “waarvoor het is opgericht”. Gezapige beelden. Mensen gooien sneeuwballen. Een jongen met een spiegelende zonnebril en een dikke muts met pluim zegt dat hij het hoorde op de radio en dacht: “You know what? Let's go!”. Mensen gooien nog meer sneeuwballen. De grote bewegende mond van de nieuwslezeres die daarna in beeld is, lacht en lijkt op een muppet, al blijven bij haar de pupillen op dezelfde plek. Ze vertelt dat er hier ook weersomstandigheden zijn. Toch fijn te weten dat alles goed gaat in Amerika, een jaar na de mislukte staatsgreep.

twien

Malieveld Even regent het niet. Ik ga op een bankje aan het Malieveld zitten. Ik wil er een keer iets over schrijven. Over de democratie die hier samenkomt protesteren. Het Chinees staatscircus en de kermis. Waar op 5 mei met goedkope hamburgers en zangers als Waylon met hekken eromheen de vrijheid wordt gevierd.

Geregeld pak ik hier een demonstratietje mee als ik er langs wandel naar het bos. Vandaag is het er zompig en donker. Toch nog zeventien demonstranten met onleesbare bordjes en een vol busje wouten.

Door de kale bomen heen is een lelijke hoge woontoren te zien. Helemaal bovenin woont een zakenmannetje voor wie ik ooit kutklusjes deed. Hij kwam zijn beloftes niet na. Eens zei hij tegen mij dat ik ook VVD moest stemmen, omdat ik ondernemer was. Ik dacht ik ben toch vooral mens, op de wereld, samen met anderen.

Nu zit ik hier weg te waaien. Bovenin die toren vanwaar je de drassige democratie kan zien verdrinken is het licht uit. Hij is vast ook alleen en ongelukkig.

twien

Spareribs Met een vriendin loop ik door de stad op zoek naar spareribs. Eigenlijk vinden we spareribs niet zo bijzonder. We eten het vooral om een vriend te pesten die tegen dierenleed is, terwijl hij wel ontzettend veel kaas eet. Het is aan het miezeren en het schemert. We besluiten bij een soort hal binnen te kijken. Hier zijn verschillende keukens naast elkaar. Thais, pizza, Mexicaans, van alles. Het is er redelijk druk. De sfeer bij de tafels is niet gelinkt aan een van de keukens. Je kan naast iemand zitten chinezen die Franse frietjes eet. Sommige mensen kijken ons raar aan omdat we hen aan het bekijken zijn. We hebben beide een blauwe regenjas aan en ik besluit met licht van mijn telefoon afzuiginstallaties aan te wijzen op het plafond. Zo lijken we net van een een of andere dienst. Na Vietnam gaan we naar buiten. De geur van keukens door elkaar is niet te harden.

twien

Plooifiets Een man met een dikkig bloot gezicht staat met een zakje winegums in zijn hand naar het sleuteltje van z’n scooter te zoeken. Het lijkt of hij winegums eet maar het zakje is nog dicht. 'Hoeveel kostte het?', vraagt hij boos aan een lange gast met een vies mutsje. Op dat moment gaat met een doffe klap een vent op een vouwfiets op z’n smoel. 'Het gaat wel', zegt de vent met een Vlaams accent tegen iedereen die hem nietsvragend aanstaart. Als hij opstaat denk ik aan ‘plooifiets’, het Vlaamse woord voor vouwfiets. Dan zouden er toch meer mensen op rondrijden. Aan de overkant in een nis van de kerk trekt een man zijn broek uit en als ik goed kijk zie ik dat het zijn regenbroek is. De man ziet mij hem goed aankijken en kijkt boos terug. Verder is iedereen ineens verdwenen waardoor het even spannend lijkt te worden, maar dan loop ik vlug naar huis.

twien

Kauwgum Langs de kant van de weg staat een fikse kraai in een pakje kauwgum te pikken. Hij vist er subtiel een achter een raampje vandaan. Ooit hoorde ik een verhaal van een eend die bolletjes stopverf at, hij dacht dat het brood was. Het beest ontplofte. Ik weet het niet, maar vogels kunnen geen winden laten. Ik loop een paar passen terug en zeg 'niet doen!...vies!'. Alsof het een klein kind is. De kraai kijkt me aan en pakt het witte rechthoekje met zijn snavel op en waait soepel naar de overkant. ‘Niet lekker!’ articuleer ik overdreven. Het woord ontploffen zal het beest niet kennen. Hij kijkt me weer aan en laat het kauwgumpje vallen. Hij kijk er even naar en laat het dan met rust. Zou de kraai het snappen? Of vindt ie mint maar niks. Als ik verder loop, springt hij terug naar het pakje en begint weer te pikken. Misschien zitten er verschillende smaken in.

twien

Bewust smeren ‘Ben jij je bewust van wat je op je huid smeert?’ Een dame met gezellige krullen staat quasinonchalant buiten voor een winkel in een camera te praten. Kan je onbewust iets op je smeren? Terwijl je de Viva zit te lezen, per ongeluk, zelf een pot pindakaas over je lekkere body uitsmeren? Er komt geen antwoord. Ze staat nu in de winkel en zegt ‘probeer dan eens onze producten’. Ze begint over natuurlijke ingrediënten en glimlacht. Dit gelooft níemand zie je haar denken. Alsof een natuurlijk ingrediënt iets met je bewustzijn te maken heeft. Ze smeert ondertussen met haar lange vingers een prutje op haar andere hand. Ik moet toegeven dat het er bewust uitzag. Daarna brabbelt ze vanuit een veld met bloesemende appelbomen een onbelangrijke conclusie. Op de achtergrond een vogel die duidelijk niet in dat landschap aan het piepen is en een deuntje wat smeuïg hoort te klinken.

twien

Rubberbootje Een Nederlandse visser vaart op Het Kanaal bijna over een rubberbootje met 24 vluchtelingen. Hij neemt ze aan boord. Ze zijn bang dat ze terug naar Frankrijk worden teruggestuurd. Verkleumd met overal olifantenrimpels van het vocht, de families hadden drie dagen rondgedobberd, met een 6pk motortje.

Met zo'n rubberboot, echt van vluchtelingen geweest, en ook een 6pk motortje, vaarden we met 12 vrienden ooit in de Champagne voor de lol. Ik struikelde me die vakantie met m’n scheenbeen bloedend een blijvend litteken. We lachen nog wel eens om hoe dronken we wodka stalen bij de bowling. Hoe Irma me hard in mijn gezicht sloeg omdat ze helemaal geen Irma heette. In Champagne achteloos ronddobberen is wat Frankrijk voor ons was.

Nu moet ik wel even huilen om mensen die na een tocht van drieënhalve maand niets liever willen dan naar een koud en nat Engeland. Ze zullen er niet eens welkom zijn.

twien

Miniwereld De straat heeft geschoren ovale bomen en ronde heggetjes met blanke gezinnen in nette woninkjes. Van een afstand zie ik ‘m flink bezig. Het is herfst, de wereld is nat en drassig, maar hij lijkt met een bezem de stoep te boenen. Als ik dichterbij kom zie ik dat hij de voegen tussen de tegels schoonmaakt. Het ruikt naar natte aarde. Hij is het mos aan het weghalen. Ik denk aan lichtgevend groene miniwerelden met allemaal zachte soorten mos. Als er iets geen vlieg kwaad doet is het mos wel. Hij stapt een stap opzij als ik langsloop. Hij is een stuk jonger dan ik. Aan zijn gehijg hoor ik dat hij zwaarder is dan dat zijn vrouwtje graag zou willen. Misschien is voegen schoonmaken wel zijn training. Hij kijkt me met puntige kraaloogjes aan, ‘jij hoort hier niet’, zie ik ‘m denken. Dit is niet mijn wereld, maar mijn moeder woont al mijn hele leven op de hoek.

twien