twien

brokjes wereld

Curling met de kat van Nelis Negen Op stap met Jannie en Sandra kwam ik in café Kees terecht, waar we hadden afgesproken met Dennis. Daar kwamen we niet vaak. ’s Avond kon je daar nog wel eens een bekende tegenkomen. Er kwamen voornamelijk stamgasten, veel van hen alcoholisten die er de hele dag zaten. Als we met een aantal waren, konden we daar wel de sfeer bepalen. Een van de stamgasten was Nelis Negen. Hem kenden we niet. Hij had een oranje wielrenshirt aan en een dikke bril op. Zijn gele racefiets stond binnen tegenover de bar tegen de muur, wat best onhandig was. Het was die avond redelijk druk. We maakten wat grapjes over zijn naam. De slechtste was denk ik de vraag of hij, als hij zich afgetrokken had, Nelis Acht heette. Hij was het wel gewend, grapjes met cijfers. Hij vond de aandacht wel leuk zo leek het. Hij vertelde dat hij piano speelde en optrad in verschillende kerken. En hij was gek op Frankrijk. Nelis Negen was francofiel. Er werd een groepsfoto gemaakt, waar we op ontdekte dat Nelis Negen zijn hoofd bijzonder scheef hield. Vooral Dennis moest daar erg om lachen. Hij implodeerde zelfs een beetje. Later zouden we elke keer als we hem tegen kwamen een groepsfoto nemen waarop iedereen z'n hoofd scheef hield.

De bar ging dicht. De meeste mensen verdwenen en de eigenaar probeerde te polsen of er bij iemand thuis verder gegaan kon worden. Er waren nog een man of dertien. We namen wat kratjes bier mee en gingen naar Nelis Negen. Nelis Negen woonde om de hoek in de Schroevendraaierstraat. In de gereedschapsbuurt. Een buurt waarvan iedereen dacht dat het bij het centrum hoorde.

Bij Nelis Negen thuis was het snel gezellig. Alle as en sigaretten kwam op de grond of tussen de planten terecht, terwijl hij liever niet wilde dat er gerookt werd. Iemand wilde dat hij piano ging spelen, maar hij ging een plaatje draaien. Ik wilde franse chansons, maar hij koos Fleetwood Mac, wat totaal niet bij de situatie paste. Nelis Negen had zijn handen vol aan zijn gasten. Het begon uit de hand te lopen. Er viel een flesje bier om en er brak een wijnglas, vrijwel op hetzelfde moment. Jannie had de kat van Nelis Negen ontdekt. Ik schreeuwde door de ruimte heen om zijn naam te weten te komen, maar Nelis Negen was bezig met de vocht en scherven op zijn vloer. Ik had de kat van de vloer gepakt, gooide hem een stukje in de lucht en ving ‘m op. Dennis stond me uit te lachen en implodeerde weer. Daar moest Sandra hard om lachen, ze was erbij op de grond gaan liggen. Jannie zei dat we normaal moesten doen. ‘Jongens!’, zei ze best hard, maar niemand luisterde. Ik veegde hem een paar keer heen en weer op het laminaat alsof het een dweil was. Daarna schoof ik ‘m door de gang heen. Aan het einde van de gang stond ie op en liep weer onze richting op alsof er niks gebeurd was. Ik deed het nog een keer en hij kwam weer teruglopen. We begonnen curling te spelen met het beest.

Nelis Negen had dat op een gegeven moment door en zei dat we dat niet mochten doen. Dennis deed het toen nog eens en ik zei dat zijn kat het best leuk vond. Hij betwijfelde dat, maar durfde dat niet te zeggen. Aan de andere kant van de kamer was iemand door een leeg kratje gezakt terwijl hij er naar eigen zeggen niet eens heel hard op sprong. Jannie trok daarna haar broek uit en ging op tafel gaan dansen, zoals ze wel vaker deed als ze wat gedronken had. Dat was geloof ik de druppel voor Nelis Negen. We moesten maar eens gaan.

De volgende dag moest ik met Jannie mee terug naar Nelis Negen. Jannie was haar broek vergeten. Dat gebeurde normaal nooit. We stonden in zijn huiskamer waar het nu donker en stil was en zurig naar gisteren rook. De kat liep langs maar ik durfde hem niet te aaien. ‘Deze broek ?’, vroeg Nelis Negen. ‘Hoezo, hebben nog meer mensen hun broek achter gelaten?’, dacht ik. ‘Ja die’, zei ik voor Jannie, die niks zei en een halve stap achter me stond. ‘willen jullie een wijntje?’, vroeg Nelis Negen. Ik heb nog een mooie Beaujolais. ’Nou,…’, zei ik, ’ik heb gister wel weer even genoeg gedronken geloof ik, maar dank je’. Elk woord wat ik uitsprak bonkte tegen mijn door de drank beurs geworden schedel. ‘Iets anders?’ Hij keek nu Jannie aan. Iets te indringend. Ze keek snel naar waar de kat net liep. ‘Nee joh we gaan’, zei ik, 'dank je, was gezellig gister'. Een paar seconden gebeurde er niks. Een soort vacuüm. Het leek een uur. Ik begon licht te zweten. Pas toen ik met Jannie weer buiten liep, merkte ik dat ik al een paar minuten geen adem had gehaald.

© twien

Berenbaard Met zijn rossige uit de kluiten gewassen berenbaard en zijn kleurige wollen trui met te korte mouwen zat hij achter zijn grote computerscherm. Het leek net of hij slecht kon typen, maar hij was achter elkaar heel vaak op de letter x aan het drukken. Misschien dat er ergens een geheim deurtje open zou gaan, zo dagdroomde hij. Zijn gouden armbandje tikte met elke x mee tegen het toetsenbord.

Op zijn werk hadden ze al een tijd geen opdracht gekregen. Zijn collega, die met een geelblonde vastgeplakte scheiding op zijn hoofd aan de andere kant van de ruimte zat, was al een kwartier naar buiten aan het staren. Daar bewoog bijna niks. Er liepen wel twee mensen langs die elkaar niet kenden, maar elkaar wel groetten. Eentje had een maf loopje, een beetje zoals een cowboy.

Een andere collega die ontslagen was, zag er uit alsof hij naar lavendel rook. Hij had ooit geleerd dat je daar voor moest oppassen, maar waarom was hij vergeten. Als collega was hij best oké. Hij rook eigenlijk ook helemaal niet naar lavendel.

Zonder dat hij het door had, stak hij een doorzichtige bic pen met de achterkant in zijn oor en draaide 'm subtiel rond. Nog een kwartiertje en dan mocht hij over een uur naar huis. Nog even de z proberen.

© twien

Cowboys Ik probeer te lopen als een cowboy, zoals een vriend uit Baskenland dat altijd doet. Met o-benen, een beetje nonchalant, maar besluitvaardig. Het ziet er nu denk ik niet uit, vooral in de stad, maar het loopt wel grappig. Opeens rijdt er een colonne tractors met boeren langs. Ze schijnen weer boos, maar dat merk ik niet. Ik neem mijn stadsloopje maar weer aan. Dadelijk denken ze er wat van, al zijn ze vast bezig met wat anders. Soms toeteren ze even bijna tegelijk. De boeren ruiken naar stront dacht ik, maar dat bleek een sloot.

© twien

Schattig 'It's so cute!', zegt het meisje in een koud rokje met een glimlach tegen haar schermpje. De jongen naast haar op het bankje met behoorlijk wat pukkels op zijn wangen, hangt naar haar toe. 'Yeah, yeah', zegt hij. Hij gaat met een hand door zijn volle haardos. Hij is duidelijk ergens anders mee bezig dan de vast wel schattige foto. Die kan hij niet eens goed zien. Het meisje lijkt een beetje op iemand van wie ik heb gehoord dat ze prostituée is geworden. Maar die klonk nasaal. En haar ogen zaten een stuk hoger in haar hoofd.

© twien

Mooi Een vrouw wordt geïnterviewd. Ze straalt iets heel Hollands uit. Ze heeft een bleke huid, vettige nep krulletjes en een rood varkensneusje. Als ze nadenkt, houdt ze soms haar kleine oogjes dicht. Ik ben bang dat ze blijven plakken en ze nooit meer open kunnen. Als ze dat een paar keer doet en ze toch steeds weer open gaan, begin ik haar schattig te vinden. Ze vertelt over de liefde. Ze is zelf al een tijdje gescheiden. Ze ziet de idealen die haar dochter nog heeft en als ze dat vertelt krijgt ze tranen in haar oogjes. Ze is mooi.

© twien

Poedelbeest Een man loopt met een wit poedel-achtig beest aan de lijn door het bos. Het poedelbeest heeft een soort kontgaatjes als ogen. De man heeft zo’n balgooistok en gooit er een tennisbal mee over het natte bebladerde bospad. Poedelbeest wil erachteraan maar wordt teruggetrokken door de man. 'Hier!', zegt de man best hard, ‘zitten!’. Maar ja, poedelbeest was daar al. Hij piept een keer zielig en gaat zitten. Ze lopen samen naar de bal en de man doet de bal in de balgooistok. Weer moet het beest gaan zitten en dat doet hij dus maar. Hij kijkt bedroeft door zijn vochtig geworden kontgaatjes. Hij hangt zijn tong maar even uit zijn bek. Dan komt er een ander beest langs. Poedelbeest lijkt ineens een beetje hoopvol. Het andere beest ruikt aan een rottend stuk boomstronk. Hij heeft twee zwarte puntjes op zijn witte reet, onder zijn permanent omhoogstaande staart. Het lijken net twee oogjes. Verderop roepen negen mensen omstebeurt 'Kaya!' Daarna rent hij de andere kant op. Poedelbeest kijkt maar weer naar de grond. Er loopt een vrouw met een knalgeel regenjack en van die stoffe sloflaarsjes langs. Het vocht is van de grond tot halverwege de laarsjes opgekropen. Het blijkt de vrouw van de poedelbeestman. 'Kom we gaan!', zegt ze dwingend. De man gehoorzaamt en volgt de vrouw zonder iets te zeggen. Hij geeft een ruk aan de lijn en poedelbeest loopt er achteraan zonder iets te zeggen. 'Kom!', zegt de man daarna pas...

© twien

Bijzondere vogel 'Kijk! Kramsvogels!' Een groep silhouetten vliegt over. Er zijn veel trekvogels vanochtend in de duinen. Het is uitstekend weer om ze te zien. We zijn met een man of twaalf op vogelexcursie met de Vogelman. Vogelman ziet alle vogels. Hij praat ook over vogels en hoort ze dwars door het geluid van zijn eigen enthousiasme heen. Hij benoemt ze allemaal. Vogelman zag ooit bijna 7000 verschillende soorten vogels in één jaar. Hij is wereldkampioen.

De kramsvogel. Nooit van gehoord. De naam klinkt als een beklemde kraanvogel, maar het is blijkbaar een soort lijster, net als de koperwiek. Mooie beestjes, de tekening op hun borst lijkt net hagelslag.

Tjiftjaf, zwartkop, appelvink, er blijft geen schaduw onbenoemd. Een zwerm spreeuwen. 'Eenentwintig', telt hij er binnen een seconde. Een tikkeltje autisme is een fanatiekeling wel eigen, denk ik per ongeluk hard op. 'De derde van links is een zanglijster'. Ik zie eigenlijk alleen maar bewegende vlekjes in de lucht.

Vogels. Bizarre beesten bedacht ik toen ik eens een kip zijn kop van dichtbij bekeek. Het heeft iets dinosaurus-achtigs. Veel dino's blijken ook eigenlijk veren te hebben gehad.

'Daar aan de horizon, een lepelaar'. Ja, eindelijk. Ik herken wat. Door de verrekijker althans. Een lepel als snavel is toch geweldig! Een beetje zoals een haai met een hamer als snuit. De sporken van de dierenwereld.

Vogelman verandert af en toe zelf in een vogel. Hij maakt geluidjes en lokt ze naar ons toe. Een minuscuul bolletje veren met een goudgeel streepje op zijn kop, piept 'm na. Het goudhaantje. 'Weegt zoveel als een suikerklontje.'

De keep, de kneu, de sijs. Een putter! Ja! Die ken ik van vroeger, toen ik dacht dat ik dat ook leuk vond: alle vogels uit mij hoofd leren. Aalscholver, graspieper, heggenmus.

Vogelman richt zijn telescoop eenvoudig en snel op een havik. Iedereen kan nu even dichtbij in HD kijken. Een soort live David Attenborough experience. Het lijkt net echt.

Een gaai, een kauw, een kraai. Een grote gele kwikstaart. Drie rietganzen vliegen richting het zuiden. 'Die zie je niet vaak. De tweede heeft een gebroken nek'.

'De rosse grutto’s staan bekend om de langste vlucht. Van Alaska naar Nieuw Zeeland zonder pauze. Bij aankomst wegen ze nog maar de helft.' Een recordaantal weetjes passeert de vroege ochtend. Iemand denkt dat er een vogelaarsgrap wordt gemaakt. Niemand lacht.

'Daar een dodaars, met zijn puffige kont', zegt Vogelman. Het beest duikt net onder water voor dat iemand anders hem kan zien. 'Het is een van de vier futen in Nederland' Hij noemt de vier futen, die ik direct weer vergeet. Behalve dan “de fuut”, de grootste van de futen familie. Ondertussen vliegen er een stuk of zestig houtsnippen over en horen we een ijsvogel.

Roodborst, roodborsttapuit, veldleeuwerik, boomleeuwerik. Een wielrenner met een geel pakje determineert zichzelf als geelgors.

Aan het eind, bij de pannenkoekenboerderij zien we hoog en ver een aantal grote zilverreigers vliegen. Ze hebben veel vlees en verplaatsen zich ogenschijnlijk traag, zodat iedereen even rustig kan kijken. Grote zilverreigers ruiken naar pannenkoek.


Vrij naar Robbin Heyker's Vogel Club ervaring met wereldkampioen vogel-spotten Arjan Dwarshuis. Onderdeel van Kifl the Kid Salon, Billytown, Den Haag.

© twien

Dof ochtendgloren Veel te vroeg word ik wakker voor wat ik geslapen heb. Biertjes van gister hebben ruzie met een aantal organen. Het is nog wat donker buiten. Grijs licht. Vaal. Stil. De vogels slapen nog. Een verrekijker met stof erop kijkt me aan. Er ligt een vies handdoekje verfrommelt over een opengeslagen Suske en Wiske. De Sputterende Spuiter geloof ik. Een sportsok. Een tube vet, voor after iets. ‘Ik herken mijzelf hier totaal niet in!’, denk ik hard op. En daar schrik ik van. De wereld komt vochtig koud door het raam het huis binnen. Alles lijkt plakkerig. Unheimisch. Duitse woorden op de vroege ochtend ook nog. Wie ben ik? Waarom? Ik sla deze vragen niet zoals altijd snel over om de orde van de dag te gaan verzinnen, maar verzand als een angsthaas in het doffe ochtendgloren. Nu. Niet echt hoor. Het klinkt wel lekker, dacht ik. Met veel te vadsige zinnen de dag onder woorden brengen voor dat hij echt begonnen is.

© twien

Romantisch Doe je scherm maar even op kaarslichtstand.

Op de achtergrond het verkeer. Als baslijn. Het stemgeluid van het promotiemannetje op de kermis bij de spinning coaster (it spins you around!) er subtiel over heen. Dan gaat het waaien door het bos. De wind doet de zee na in mijn oren. De bladeren applaudisseren.

Dan begint het een beetje te regenen, op weg naar de tandarts. Druppels uit de lucht op mijn scherm weerspiegelen wat ik al lopend schrijf tot iets romantisch. Nou ja romantisch? Ik weet niet zo goed wat dat is. De werkelijkheid wordt vervormd door nattigheid.

Tegelijk een poging tot een gesprek met iemand over Gabriel García Márquez. 'De manier van hoe hij dingen beschrijft is fantastisch. Geniaal. Romantisch. Zoveel fantasie. Lezen!'. Zo zegt ze overtuigend. Ik mocht niks zelf verzinnen toen ik eens een verhaal van hem las. Alles was al ingekleurd.

‘Het was onvermijdelijk: de geur van bittere amandelen deed hem altijd denken aan het lot van gedwarsboomde liefdes‘, zo lees ik later droog en hoopvol de eerste zin van 'Liefde in tijden van cholera'. Ik heb thuis twee exemplaren en heb het boek dus twee keer niet gelezen. Toch eens uitvinden hoe bittere amandelen ruiken. Gerookte zijn mijn lievelings.

Ik kijk omhoog en vang de regen op mijn gezicht zoals mijn eerste vriendinnetje altijd de regen trotseerde. Weggedoken in mijn kraag zag ik de druppels op haar neus. Zo fris en vrolijk keek ze altijd de wereld in. Zo mooi. Romantische regels hoop ik, waar ik snel doorheen lees anders struikel ik. De bomen lachen mij altijd al uit, in hun eigen tijdsbeleving. Het is bijna herfst. Bijna bij de tandarts.

Liefde in tijden van corona, het zullen wat woorden zijn. Aan de rand van het bos word ik afgesneden door een wielrenner met dikke billen in een paarse trainingsbroek.

© twien

Dit is Dit weer Een avontuur van een tekencollectief in de nazomer van tweeduizendtwintig, dat vooraf al teleurgesteld teleurstellend werd genoemd.

We zijn onderweg maar weten niet waar naar toe. Er is geen planning. Nooit echt geweest ook. Het collectief 'Dit is Dit', zo'n tien jaar geleden voor het laatst publiekelijk actief, drinkt en eet af en toe nog wat gezamenlijk. Gezellig. Verder waren er tussendoor een paar babyshowers voor de aanstaande vaders. Bij één babyshower werd een speciaal gemaakte vleesbaby van de bbq-sauna-auto gegeten. Een andere was met een nep navelstreng die gemaakt was met van die doorzichtige loempia vellen en een bloederig uitziend sausje. 'Dit is Dit' is nu vooral een app groep waar ideeën smoren en tergende foto's van oud klasgenoten die op tv zijn worden rond gestuurd. Ook de app groep is niet meer wat het geweest is: een van de knapen besloot zelfs uit de groep te stappen. Hij was het beu.

Ondanks of eigenlijk misschien daardoor zijn we vandaag wel weer een tekencollectief. Of althans dat beweert die jongen, en niemand spreekt hem tegen. In ieder geval gaan we op pad met een tafel en wat tekengerei. De hoofdpersonen van het collectief, vier knapen op middelbare leeftijd, zijn anoniem, maar in het verhaaltje heb ik ze voor de gemakkelijkheid hun eigen naam gegeven. Misschien dat ik dat later nog verander, maar dat zet ik dan hier niet bij, om een fijne verwarring te creëeren.

...

‘Een redelijke accurate omschrijving van de dag’, zo zei een van de knapen later.

We vertrekken uit Rotterdam en besluiten uiteindelijk niet elkaars kleren aan te trekken. Laut rijdt. Laut heeft een Volvo stationwagen en vindt mensen in een Xsara Picasso gewoon minder. Marcel heeft een hoedje op. Daan heeft een lichtgevend geel shirt aan. Het is niet persé om mee te sporten zegt hij, ondanks dat hij basketballer wil worden, net zoals een kleine Chileens Deense jongen die hij kent. Doelloos en wel belanden we veel op doodlopende weggetjes en af en toe op een industrieterrein. Ondertussen bekijken we architectuur en ik attendeer de jongens erop dat er ergens riet te zien is. Daan kijkt op internet of er op de Wollefoppenweg in Oud-Verlaat, waar we rijden, een huisje te koop staat. De sfeer zit er goed in. Bij weer een nietszeggend industrieterrein zegt Daan overtuigend: 'Ooh volgens mij heb ik hier mijn sperma een keer naar toe gebracht'.

Niet veel later zitten we aan de Zevenhuizerplas bij 'De Blokhut' op het terras voor een kopje koffie en een tompoes waar ik een moorkop bedoelde, wat ik eigenlijk niet meer mag zeggen. Ook het woord ijs-chinees mag ik niet meer zeggen van Marcel trouwens. We hebben een gesprek over het verschil tussen moorkoppen en Bossche bollen. Bij het bestellen blijkt dat we alleen een kopje koffie kunnen krijgen. 'Nou daar gaat je tompoes', zegt Marcel wreed.

Daan voelt zich alsof hij achter een heggetje zit, zegt hij, terwijl hij achter een heggetje zit met één voet in een spinnenweb. Hij neemt een mooie foto van een boom en mensen die geen kleren aan hebben.

Verderop is een man met een rubberen lieslaarsbroekpak tot net onder zijn oksels, bezig samen met zijn hele familie een bootje en allerlei vismateriaal op te ruimen. Laut zegt dat het erg gevaarlijk is met zo'n pak aan in een bootje. Als je dan in het water valt zink je namelijk meteen. Dat klinkt als een belachelijke manier om dood te gaan.

Tijdens een korte wandeling langs het meer praat ik met Daan over zijn blote mensen fascinatie en over pedofilie. Bij een ander etablissement eten we eieren met spek en kaas en drinken we bier. Laut drinkt cola maar die is niet te zuipen. Toen we het terras op liepen werd ons door ene Ankie gevraagd of we voor de demonstratiebijeenkomst kwamen. Ik vroeg waar voor of tegen ze wilden demonstreren en toen zei ze dat ze overal tegen demonstreerden. Dat leek ons nogal veel. Ze beweerde nog een aantal dingen die ze niet kan weten en gaf ons een formulier en een flyer opdat wij dat ook zouden moeten beweren. Ze was nog niet boos, zei ze. Verder schijnt Daan mij verschrikkelijk boos te hebben aangekeken maar daar weet ik niks meer van. Als we via de saaiste weg proberen terug te lopen naar de auto, waait Marcels hoedje van zijn bolletje, maar die weet hij met een aardige move weer op te zetten.

We rijden een bijna lege parkeerplaats op met een redelijk afzichtelijke uitzichttoren. Als hij later ter sprake komt noemt Daan het 'de toren'. Er staan alleen 2 knullen naar de goudkleurige velgen van een metallic glimmende blauwe Volkswagen te wijzen. De langste van de twee heeft blonde stekels en een pak Wicky onder zijn arm. Het uitzicht in ‘de toren’ is een beetje teleurstellend. Toch weet Daan er nog een leuk fotootje te nemen van wat vogels zonder hoofd. Marcel zegt dat Roel en Annie er getongd hebben.

We rijden verder door het Zuidhollandse landschap en komen steeds weer terecht in nieuwbouwwijken. We fotograferen er ovaal geschoren heggetjes en overdreven grote vogelhuisjes. Ik wil een fotoserie maken van Lauts neus met een nieuwbouwwijk op de achtergrond. In een nieuwbouwwijk in Zevenhuizen heeft Daan een huis te koop gevonden in de Rentmeesterstuin. Dat is een straatnaam. Opeens loopt er een man met een wit t-shirt met aan de bovenkant de bovenkant van een kostuum met strik geprint. Ik wil er een fotootje van maken en Laut rijdt even terug. Hij vraagt hem naar de Rentmeestersstraat. 'De Rentmeesterstuin bedoel je', zegt de man. 'Een leuke buurman, volgens mij’ zegt Laut later.

Als we door de Rentmeesterstuin rijden, zien we de auto van een kleurrijk maar behoorlijk vegetarisch meisje staan die we alle 4 kennen. Erg toevallig. Hij is vol gekladderd met allemaal tekstjes door vrienden van haar en haar vriendje, ter gelegenheid van een gezellige bijeenkomst van iets speciaals waarschijnlijk. Laut tekent heel groot een hart op haar voorraam met witte onuitwisbare inkt. 'X-jes van Dit is Dit' schrijft hij eronder. We hebben nooit meer iets van haar vernomen.

We rijden nog even langs het aangelegen industrieterrein alvorens onze weg te vervolgen. Als ik een glasverkoopbedrijf zie, zeg ik: 'Als je glas verkoopt zit je in het glas. Dat lijkt me echt pijnlijk' 'Verzin je al die stomme grappen door zelf de hele dag hardop praten?' vraagt Daan, waarin ik hem gelijk moet geven.

In Moerkapelle lijkt het net de jaren tachtig. Ik hoorde laatst van iemand dat iedereen in de jaren tachtig een lui oog had. Marcel ziet een leuk bruggetje. We zien weer een huis wat te koop staat. En een mini leeuw. Marcel ziet een leuk windmolentje. Ook staat er ergens een nep ooievaar in een tuin waarbij het net lijkt of ie een echte baby vast heeft. Dat blijkt niet zo. Moerkapelle laten we verder maar links liggen.

Niet veel later vertelt Daan een mop: 'Wat zegt een kikker die in een ondiepe sloot zit?' ‘Niediep niediep!' Iedereen moet heel hard lachen. We rijden langs een orchideeën kwekerij en opeens verzinnen Daan en Laut originele namen en slogans voor een parenclub: 'Parenclub Orchidee, Ons idee: orgie dee. Everyday orgie day.' Weer moet iedereen hard lachen. Toch rijden we iets te lang doelloos door het landschap. Marcel is een beetje misselijk, wat hij later vast zal ontkennen.

We komen aan in Boskoop. Daar blijkt niet de uitvaart van een bekende van ons te zijn, hoewel we dat op zich niet heel opzienbarend hadden gevonden. Er lopen een paar goedkoop uitziende ganzen over de weg waardoor een behoorlijke verkeersopstopping ontstaat die Boskoop redelijk lijkt te ontwrichten. We doen er boodschappen bij een Poolse supermarkt. We kopen een stuk touw gemaakt van krokant vlees van zo’n anderhalve meter lang; een bakje rolmopsen met oranje kleurstof en wat vreemde alcoholische en non-alcoholische versnaperingen. Verder ook 4 stukken taart met sesam, framboos en pudding, waarvan ik een groot stuk even later buiten in de prullenbak zag liggen. Ook kopen we een zak met zoutjes van een meter lang, die geen enkele smaak bleken te hebben. We stopten de lange zak onder de ruitenwisser van de auto wat een mooi beeld oplevert. Later knutselt Marcel met spuug er de letters van 'Dit is Dit' van, die we op het dashboard leggen en met diverse achtergronden fotograferen. Ook dat levert aardige plaatjes op.

'Waarde is contrast ', zegt Laut. Ik weet niet waarom hij dat zegt. Daan zit op een bankje achter de tafel met de tekening die we met zijn allen aan het maken zijn, hij laat een scheet en schiet in de lach. Teleurgesteld zegt hij nu al teleurgesteld te zijn, terwijl we nog maar net zijn begonnen. Marcel en Laut plakken een stuk van het vleestouw op de tekening. Marcel laat een boer. Iets verderop in het landschap, we zitten aan de rand van een weiland, staat een meisje te kijken naar een stel weidevogels. Er vliegt in de verte een vliegtuig rondjes waar we diverse theorieën over verzinnen en er rijden steeds kleine treinen langs. Er zit nog een stuk rolmops in Daans snor. Als ik dat tegen hem vertel, probeert hij het weg te halen maar dat mislukt eigenlijk. Het meisje staat er nu wel erg lang en blijkt met haar ex aan het bellen. We maken ons bijna een beetje zorgen. Haar kuiten zijn heftig aan het verbranden in de zon, al denken sommigen dat ze aan het plassen is. Ik zou haar kuiten moeten likken zegt Laut tegen mij, maar ik vind dat maar niks. Opeens ontstaat het idee om vuurwerk af te steken. Zowaar heeft Marcel een rotje meegebracht. 'Veertig plussers op een missie', zegt iemand. Na veel bombarie maakt het rotje enigszins een teleurstellende indruk, al werden er wel mooie foto's van gemaakt. Vlak daarna is het moment gekomen dat we besluiten om de tekening in de sloot te gooien. Met redelijk wat overgave werd het deels handgeschepte papier de sloot ingeduwd. Er staat aardig wat riet aan de zijkant van de sloot dus dat is nog best een karwei. Marcel heeft een stuk vlees in het riet gegooid. Langs de oever springen allemaal kikkers op maar daar trapten we niet in. De tekening lag op dat moment alweer te drogen op het gras met veel uitgelopen stukken kleur. Er wordt ook nog een stuk vossenstaart aan toegevoegd. Daarna wordt de tekening netjes opgevouwen. Het opgevouwen pakketje heeft iets weg van een indiaan, maar dat mag ik niet meer zeggen. We fotograferen ook veel en lopen elkaar daarbij behoorlijk in de weg. Op de foto is duidelijk te zien dat Daan een lichtgevend geel shirt aan heeft. Er wordt ook een aantal keer met de auto overheen gereden. Voor de zekerheid wordt er daarna nóg een aantal keer met de auto overheen gereden.

Als we tegen de avond ergens in de buurt van Schipluiden rijden, besluiten we te gaan eten en drinken bij een plaatselijk restaurant. We nemen daar als eerst een borrelplank waarbij helaas geen gehaktballetjes worden geserveerd door omstandigheden. Dat maakte ons niks uit want we wisten sowieso niet wat er op het plankje zou liggen. Als ik een paar warmere kleren aantrek, word ik gemeen uitgelachen door twee van de knapen. Ik vind dat niet zo erg.

We eten gans en biefstuk en de garnituur die erbij hoort en we drinken wijn en we zitten met onze tengels aan posters die toch schilderijen blijken te zijn. Het meisje wat de communicatie doet, legt het een en ander uit maar dat was echt super saai geloof ik. Iets met kunst of zo. Ik weet het niet meer eigenlijk. Daan wil weten waar ze woont.

De dag wordt afgerond met een afzakkertje groene waas in het atelier van Marcel en Daan in Rotterdam. Daar vinden nog een paar serieus te noemen gesprekken plaats die voornamelijk met de wereld der kunsten te maken hebben in de al dan niet gesubsidieerde of opdracht sfeer. Af en toe valt hierbij zelfs een oordeel maar daar luistert niemand naar. Tijdens dat gesprek valt er soms iemand in slaap. Verder wordt er wat gepraat over kunstenaars die we kennen die net integer lijken maar eigenlijk gewoon kutwijven zijn. Laut zegt op een gegeven moment ‘te bedoellerig’, maar ik verstond bloederig.

Ook wordt de tekening uitgevouwen waarbij de conclusie wordt getrokken dat hij er opgevouwen toch beter uit ziet. Als Daan hem weer opvouwt, lukt het hem niet hem even goed op te vouwen. We vinden het een geslaagd werk. Marcel vind het geen werk. Ook wordt de conclusie getrokken, dat de weg er naar toe belangrijker is. 'Baklijstje eromheen en de mensen zouden er met mooie schone kleertjes en baardwax naast staan', oppert Laut nog. Ja. Dat zal best. Het was een mooie dag.

© twien