Anne

#anneskaartenbak #onderwijs #buiten

Er ligt een voorstel om studenten per studiepunt te laten betalen in plaats van per collegejaar. Ik heb collega's al horen foeteren dat dit het onderwijs kapot gaat maken. Omdat wij hier geen supermarkt zijn waar je naar believen in kan shoppen. Omdat het de relatie met je studenten definitief afbrokkelt. Ik ben dat met ze eens.

En toch: ik heb geen collega's horen foeteren toen het leenstelsel werd ingevoerd. Iedereen die studeert begint zijn jonge leven voortaan met een schuld. Sinds ik wat meer weet over schuldenproblematiek in Nederland weet ik hoe een schuld een leven kan verwoesten. En alles waar we bang voor waren maar wat is genegeerd is uitgekomen. Het extra geld bleek, met uitzondering van mijn eigen hogeschool, niet besteed te worden aan meer docenten of beter onderwijs. De kwaliteitsverbetering van het onderwijs kan zelfs door de grootste meten is weten enthousiastelingen maar moeilijk worden vastgesteld. Banken willen geen leningen geven aan jonge mensen met studieschuld. Het maakt de groeiende ongelijkheid alleen maar groter. Dat geeft me het grimmige genoegen in elk geval niet voor niets lid af geworden te zijn van GroenLinks.

Er oo zijn argumenten voor deze maatregel te bedenken. Het geeft studenten meer macht in situaties waarin wij hen benadelen. En die zijn er. Ik denk beijvoorbeeld aan buitenpropotionele fraudemaatregelen. Bij mijn hogeschool is een student een half jaar uitgesloten van tentamens omdat een docent een concept-werk (dat dus niet voor een eindcijfer was) door de plagiaatcheck haalde. Over kapotgemaakte relaties gesproken. Dat betekent in tijden van leenstelsel de facto een boete van ruim duizend euro collegegeld, om over een jaar uitstel van vervolgonderwijs en levensonderhoud in de tussentijd maar niet te spreken. Maar ons College van Beroep heeft dit goed gevonden. Bij betalen per studiepunt heeft zo'n maatregel mogelijk minder impact. Al bedenken we dan vast wel weer iets anders.

Vanuit het oogpunt van toetsing is het ook interessant. Wat betekent per studiepunt? Hoeveel herkansingen horen daarbij? Moet je ingeschreven staan voor toetsen? Mensen die verstand van toetsen hebben, weten hoe relatief onbetrouwbaar een op zichzelf staande toets in hoger onderwijs is. Als je dat accepteert, kan je betere systemen van toetsing maken, die betekenisvol toetsen, waardoor je uiteindelijk betere uitspraken kan doen over studenten. Docenten besteden zo'n 40% van hun tijd aan toetsen. Dan kan je die maar beter zinvol maken. Als je een blik op onze curricula werpt zie je nog vrij veel 'strippenkaarten': versnippering van cursussen en veel kleine, op zichzelf staande toetsen. Voor studievoortgang en motivatie is dat niet goed. Daar moet je doorheen als student, zelfs als je je opleiding en het onderwijs gewoon leuk vindt. Ik twijfel: is het dan goed dat er wat meer 'consumentenmacht' bij studenten komt te liggen, of maakt het het probleem alleen maar groter? Ik denk dat helaas beide het geval is.

Mijn balkons zijn dit jaar kleine tuintjes. Er heeft zich vanalles uitgezaaid: rucola en mosterdsla, goudsbloem en Oost-Indische kers. De rode anjer aan de voorkant heeft de hele winter doorgebloeid en de Dahlia komt weer op.

Ik heb oude bonen gezaaid, die nog verrassend goed opkwamen. En de cappucijners van vorige jaar. De chinese bieslook weigerde voor de derde keer. Weg ermee. Maar koriander, basilicum en dille willen wel.

Wat ik vooral heb ontdekt is dat je balkon niet vol genoeg kan zijn. Ik stapel de potten deels en zorg dat er altijd wel wat bloeit. De Oost-Indische kers en goudsbloemen trekken kleine hommels (of wollige bijen?) en nu de dille en de koriander schermbloemen zie ik ook zweefvliegen.

#groenevingers

Met de Carpe Diem methode ontwerp je onderwijs met digitale leeractiviteiten. Donderdag 16 mei volgde ik een workshop van Gilly Salmon, bedenker van Carpe Diem. Dit is deel 2 van mijn verslag. Deel 1 vind je hier

Voor ik geld betaal om in een zaaltje naar een verhaal te luisteren, maak ik altijd een afweging. Gilly Salmon deelt haar werk creative commons, dus wat is de toegevoegde waarde? Ik ben blij dat ik me heb laten overhalen. Carpe Diem is een speelse methode en Salmon een kleurrijke facilitator, die graag over haar werk praat. Daardoor konden we tussen de regels door een beetje de kunst afkijken. Al luisterend schreef ik een aantal inzichten op.

Veranderen door te doen, niet door te overtuigen Bij iemand als Gilly Salmon vraag je je al snel af wat haar geheim is. Hoe krijgt ze in toch wat stijve settings mensen mee? Een deel van het geheim verklapt ze zelf: je begint meteen met de vakinhoud, zonder eerst ingewikkelde discussies te voeren over modellen of de toekomst van het onderwijs. Salmon is, bleek ook tijdens de borrel na de workshop, altijd op zoek naar goede, snelle werkvormen. Je maakt speels een missie (blueprint), krijgt een snelle structuur aangereikt waarin je die meteen kan toepassen (story board, e-tivities). Vervolgens evalueer of test je dit en past het aan. Dat alles gebeurt in een dag. Salmon begon Carpe Diem ooit als kennismaking met nieuw team. “I knew enough about team building not too tell them we were team building.” In plaats daarvan vroeg ze “How about we get together and design a course together?”. Ze streeft wel degelijk verandering na: “Massive transformational impact is possible”. Onderwijs wordt bijvoorbeeld “e-tivities based rather than delivery based.” En hoe leuk creatief werken ook is, “It’s not about the post-it notes, but about mindset alteration which will gather force over time.” Als je ervaart hoe je onderwijs erdoor verbetert, zorgt dát voor verandering.

Een beeld van een Carpe Diem workshop op Salmons website

Het geheim ben je uiteindelijk zelf Een ander deel van haar geheim zit in haarzelf. Als facilitator moet je collega's het vertrouwen geven dat dit gaat werken en dat ze het kunnen. Al in haar handleiding viel me haar informele stijl op (“lots of brightly coloured sticky notes” en “a nice big clock”) en aandacht voor catering (“Have a cup of tea.”). In de workshop had ze het meermalen over “lots of encouragement”. Het maakt niet uit dat je niet kan tekenen, “just put something down”. Dat past me wel: 'lots of encouragement’ kan ook in Anne-stijl. Voor de organisatie geldt volgens mij hetzelfde: ruimte scheppen en het proces aanmoedigen en niet teveel duwen op het resultaat.

Als je weet wat je doet, mag het best een tikje losser Werkend met collega's ben ik altijd op zoek naar een goede balans tussen creatieve flow en degelijk ontwerp. Die twee hoeven elkaar niet tegen te werken en soms vallen ze zelfs samen. Creatieve flow is belangrijk omdat je eerste idee zelden je beste is en omdat het fijn is te werken vanuit mogelijkheden in plaats van binnen de lijntjes van bestaande beperkingen. Die beperkingen verdwijnen niet zomaar omdat jij een briljant idee hebt. Daarom is degelijk ontwerp belangrijk. In stap 1 van Carpe Diem schrijf je een ‘Blueprint' waarin je o.a. leeruitkomsten bepaalt en ideeën voor toetsing verzamelt. Tot nu toe heb ik mijn collega’s bij de hand genomen en hebben we samen de constructive alignment (het logisch op elkaar aansluiten van doelen, onderwijs en toetsing) goed doordacht. Dat is een vruchtbaar gesprek, maar pas bij stap 2, het 'Story board', spreek ik onze creativiteit aan. Dat kan losser. De volgende keer doe ik de ‘Blueprint' zoals hij is beschreven. En zorg ik ervoor dat we afspreken hoe we de voortgang te blijven monitoren, zodat we ons niet uit koers laten slepen door wat er allemaal leuk en mogelijk is in onderwijsleertechnologie.

Aan het einde van de middag schreef ik nog twee voornemens op: 1. Volgende stap: ik ga me meer in e-tivities verdiepen. 2. Carpe Diem begon op cursusniveau, maar Salmon is nu ook bezig op programma/curriculumniveau. Ik ga eens doordenken hoe dat aansluit bij theorie en werkvormen over toetsprogramma’s die ik ken.

#veldnotities #onderwijsleertechnologie

Met de Carpe Diem methode ontwerp je op een speelse manier onderwijs met digitale leeractiviteiten. Donderdag 16 mei volgde ik met twee collega’s bij een workshop van Gilly Salmon, bedenker van Carpe Diem. Het was een informatiedichte middag, dus ik stip hier één aspect aan dat me opviel: Salmons ideeën over overstappen van learning management systeem (LMS). Een tweede post over hoe ze zelf Carpe Diem sessies faciliteert zit in de pijplijn.

Salmon deed interessant uitspraken over LMS-en. Belangrijkste inzicht: er is weinig verschil tussen de grote vier-vijf learning management systemen. Momenteel stappen veel hoger onderwijsinstituten over. Salmon stelt dat het zonde is hier jaren energie in te steken. Het heeft dus geen zin om eerst uitgebreid aan docenten en studenten te gaan vragen welke functionaliteiten ze willen. De markt biedt immers zeer vergelijkbare systemen aanbiedt.

Het LMS van mijn hogeschool zit niet bij de grote systemen en ik denk dat het terecht is dat we gaan overstappen. Daarover gaf ze ook advies: áls je het doet, zorg dan dat het keuzeproces in een half jaar rond is. Steek je energie in de 2-3 jaren (!) erna in het begeleiden van docenten zodat ze het LMS optimaal benutten. Te vaak geven onderwijsinstituten een bak geld uit aan systemen die niet optimaal worden gebruikt.

Dat klinkt herkenbaar. Salmon maakte heel duidelijk dat we er met een up to date gebruikersvriendelijker LMS nog lang niet zijn. De verleiding is groot om enthousiast de meest coole nieuwe functies te proberen of om juist je huidige manier van werken door te zetten in het nieuwe systeem. Maar wat een nieuw LMS kan is niet het belangrijkste als er weinig onderscheid is. Wat je wilt is veel belangrijker. Steek daarom invoering van een nieuwe LMS niet te technisch in met knoppencursussen en functionaliteiten. Het is beter eerst te analyseren hoe je studenten leren, met welke leermiddelen, op welke manier, met wie etc. En vervolgens te bedenken wat je daar anders aan zou willen zien en hoe technologie dat kan ondersteunen.

Dat lijkt op hoe ik voor de master Pedagogiek uitkwam bij Office365 Teams. Alle onderwijs in een deeltijdmaster vindt plaats op één dag, die daardoor snel volloopt met instructie, verwerking, (peer) feedback en reflectie. Door de week studeerden studenten alleen, ook als ze vastliepen.

We zochten dus een systeem waarin studenten doordeweeks eenvoudig met elkaar kunnen praten en waarin ze elkaars werk kunnen inzien en van feedback voorzien. Voor dat laatste is Teams misschien niet het ideale systeem, maar als je het slim gebruikt blijkt het met onze doelgroep prima te werken.

Teams heeft ervoor gezorgd dat onze studenten doordeweeks veel meer met elkaar doen en ook dat ze ons beter weten te bereiken. We gebruiken nu vooral gesprekken in de tijdlijn, het posten van documenten en een enkele video. In de aanloop naar een nieuw LMS over (hopelijk) anderhalf jaar, ga ik komend jaar vast wat kleine experimenten uitvoeren om de ondersteuning met leertechnologie een stap verder te brengen. Wordt vervolgd dus.

#veldnotities #onderwijsleertechnologie

Versgeploegde grond onderweg van Tilburg naar Breda.

Wisselvallig weer gaf mooie plaatjes.

#buiten

Op zoek naar een manier van bloggen die past bij mij, bracht ik twee dagen door in de konijnenholen van het internet. Pas nadat ik besloot write.as te proberen en mijn neus weer boven de grond stak vond ik deze archiefkaart. Drie vragen van Patrick Rhone waarmee je de dingen overzichtelijk kunt houden.

3 questions for intentional living

In dit geval kostte het een flinke inspanning om op de tweede vraag een goed antwoord te vinden. Toen ik onder de motorkap van techniek en verdienmodellen probeerde te kijken bleek het internet ingewikkelder dan ik dacht. En ook leuker.

#anneskaartenbak #wijsheden