Van Voorbijgaande Aard

Alles wat voorbij gaat ... [voor de passant, ik schrijf (meestal) dagelijks iets, maar ik verwijder de ietsen bij het publishen van het nieuwe iets]

11.13 (onbewerkt2)

Er is weinig op te merken. Rijp op de pannen die het dak bedekken. De schaduw van de kale takken op de wit geverfde omheining van het balkon. De reflectie van de boom die de takken heeft gemaakt in de ramen van het huis hier tegenover. Auto’s die gekrabd gaan worden. Het geluid van 2 stemmen, 2 gitaren een drum en een bas uit een kleine luidspreker. Geluid uit een telefoon die verder geen enkele aandacht nodig heeft.

Ik beleef herinneringen en mijn lichaam vraagt om energie.

Ik kan weinig opmerken. Ik zie een programma een schema van 2 dagen geleden. Ik kan zien wat er was en wat ik zag en hoorde als ik het wil weten maar niet meer weet. Dat ik herinneren op moet halen. Zoeken in een vooraf gemaakte herinneringsschema. Ik was daar toen. Dat was er toen nog.

Ik zie het zonlicht schaduwen maken en dat is al even geleden. Ik zie een pen die op een bord had kunnen schrijven en dat had ik dan later met een borstel weggeveegd. Ik zie een spiegel die van de deur naar beneden viel en niet brak, zelfs aan dat geluk ben ik ontsnapt. Ik voel een ruimte die gevuld moet worden, een gat waar eergisteren de toekomst leefde. Ik schrap mijn ongeschreven agenda leeg. Hier niet heen, daar niet heen.

Ik zie mijn renpaard op wielen dat ik zelf vooruit moet trappen. Het is omgeven met ruwe aarde en andere droge stukjes natuur. Het moet worden opgefrist en opgeknapt. We moeten later even rennen naar de stad ik word moe en het paard vies en versleten. De wielen aan de ketting en de ketting aan de trappers en mijn benen daar weer op. Duw de trappers naar benden en ik kom kilometers verderop tot stilstand.

Dan laat ik hem achter bij een raam op een parkeerplaats, altijd hetzelfde raam. Ik wil de schijn behouden dat alles altijd is waar het altijd is. Dat is geruststellend, zo zorg ik dat verrassing en verwarring niet te veel tijd in nemen. Ik wil graag een dag vol eeuwigheid.

Zodat ik alleen hoef te herinneren dat iedere dag hetzelfde was.

De rijp kleeft aan het gras en de schutting, rijp is het schuttingwoord van de dag. De kou stelt de groei uit, alles wil zijn energie bewaren. Alleen wij niet. Ik warm de vloer op, ik warm het water op zodat het lekker voelt als het me overspoeld. Ik merk het zonlicht op in mijn beeldscherm en zie mijn handen.

De details opzoeken om iets op te merken in het algemene niets. Ik zoek iets om te zien, te voelen, te denken, te horen, te bewonderen. Reden om lief te hebben en geliefd te zijn. Dat gat in de toekomst op te vullen met heden en zinnen. Iets om leegte te laten zien.

De stemmen en de instrumenten zijn stil gevallen, ik laat dit ook zo maar gaan. Ik ga even zijn als het gras vandaag moet zijn. Ik omhul me met rijp, ik koel af en wacht tot de temperatuur oploopt.